BWBR0034829
Geldig vanaf 2014-02-15
Artikel 2
Financieel besluit handelsregister 2014
1. Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die verschuldigd zijn voor het inzien van gegevens uit het handelsregister en de bescheiden die daarbij krachtens wettelijk voorschrift zijn ingeschreven of gedeponeerd. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar:
a. het ten kantore inzien;
b. het door middel van het internet inzien;
c. het door middel van een online-verbinding inzien;
d. het door middel van een speciaal afgeschermd kanaal inzien van gegevens;
e. het telefonisch verstrekken van inlichtingen over hetgeen in het handelsregister is opgenomen.
2. Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die zijn verschuldigd voor het verstrekken van een afschrift of een uittreksel van hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of daarbij krachtens wettelijk voorschrift is gedeponeerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar:
a. het maken van fotokopieën;
b. het maken van afdrukken van een elektronisch bestand;
c. het doen van een schriftelijke mededeling over hetgeen in het handelsregister is opgenomen;
d. het verstrekken van een papieren uittreksel;
e. het verstrekken van een elektronisch gewaarmerkt uittreksel.
3. Bij ministeriële regeling wordt de vergoeding vastgesteld die verschuldigd is voor overzichten van ondernemingen of rechtspersonen. De vergoeding wordt vastgesteld onderscheiden naar het aantal en de soort gegevens.
4. Bij ministeriële regeling worden de vergoeding voor de eenmalige uitgifte en een jaarlijkse vergoeding vastgesteld die verschuldigd zijn voor de door de Kamer uitgegeven identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier), bedoeld in de artikelen 9, onderdeel f, en 12, onderdeel e, van de Handelsregisterwet 2007.
5. De vergoeding voor de inzage of de verstrekking van gegevens door middel van een abonnement, bedoeld in artikel 50, zesde lid, van de wet, geldt voor een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, dat bij de vervulling van zijn taak informatie over een onderneming of rechtspersoon nodig heeft en bij de Kamer heeft aangegeven gebruik te willen maken van betaling door middel van een abonnement.
6. Het abonnement geldt uitsluitend voor een bij ministeriële regeling te bepalen wijze van inzien of verstrekking van gegevens. Hieronder worden in ieder geval begrepen de wijze van inzien of verstrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, en het tweede lid, onderdeel e, voor zover de ontwikkelkosten daarvan zijn terugverdiend en het inzien of de verstrekking niet leidt tot aanvullende kosten voor de Kamer.
7. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid, wordt voor een bestuursorgaan vastgesteld op het bedrag dat in 2012 aan het bestuursorgaan in rekening is gebracht voor de wijze van inzien of de verstrekking van gegevens, bedoeld in het zesde lid, tweede volzin, die in dat jaar beschikbaar waren.
8. Indien aan het bestuursorgaan in 2012 geen bedragen in rekening zijn gebracht als bedoeld in het zevende lid, wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld op het bedrag dat in rekening is gebracht in het jaar volgend op het derde jaar dat deze bedragen voor het eerst in rekening zijn gebracht.
9. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het zevende en achtste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
a. het ten kantore inzien;
b. het door middel van het internet inzien;
c. het door middel van een online-verbinding inzien;
d. het door middel van een speciaal afgeschermd kanaal inzien van gegevens;
e. het telefonisch verstrekken van inlichtingen over hetgeen in het handelsregister is opgenomen.
2. Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die zijn verschuldigd voor het verstrekken van een afschrift of een uittreksel van hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of daarbij krachtens wettelijk voorschrift is gedeponeerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar:
a. het maken van fotokopieën;
b. het maken van afdrukken van een elektronisch bestand;
c. het doen van een schriftelijke mededeling over hetgeen in het handelsregister is opgenomen;
d. het verstrekken van een papieren uittreksel;
e. het verstrekken van een elektronisch gewaarmerkt uittreksel.
3. Bij ministeriële regeling wordt de vergoeding vastgesteld die verschuldigd is voor overzichten van ondernemingen of rechtspersonen. De vergoeding wordt vastgesteld onderscheiden naar het aantal en de soort gegevens.
4. Bij ministeriële regeling worden de vergoeding voor de eenmalige uitgifte en een jaarlijkse vergoeding vastgesteld die verschuldigd zijn voor de door de Kamer uitgegeven identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier), bedoeld in de artikelen 9, onderdeel f, en 12, onderdeel e, van de Handelsregisterwet 2007.
5. De vergoeding voor de inzage of de verstrekking van gegevens door middel van een abonnement, bedoeld in artikel 50, zesde lid, van de wet, geldt voor een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht, dat bij de vervulling van zijn taak informatie over een onderneming of rechtspersoon nodig heeft en bij de Kamer heeft aangegeven gebruik te willen maken van betaling door middel van een abonnement.
6. Het abonnement geldt uitsluitend voor een bij ministeriële regeling te bepalen wijze van inzien of verstrekking van gegevens. Hieronder worden in ieder geval begrepen de wijze van inzien of verstrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, en het tweede lid, onderdeel e, voor zover de ontwikkelkosten daarvan zijn terugverdiend en het inzien of de verstrekking niet leidt tot aanvullende kosten voor de Kamer.
7. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid, wordt voor een bestuursorgaan vastgesteld op het bedrag dat in 2012 aan het bestuursorgaan in rekening is gebracht voor de wijze van inzien of de verstrekking van gegevens, bedoeld in het zesde lid, tweede volzin, die in dat jaar beschikbaar waren.
8. Indien aan het bestuursorgaan in 2012 geen bedragen in rekening zijn gebracht als bedoeld in het zevende lid, wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld op het bedrag dat in rekening is gebracht in het jaar volgend op het derde jaar dat deze bedragen voor het eerst in rekening zijn gebracht.
9. De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het zevende en achtste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.