BWBR0034654
Geldig vanaf 01-01-2014
Artikel 4
Verordening bestemmingsheffingen Veeziektenfonds (PPE) 2014
1. De ondernemer die grootmoederdieren of moederdieren houdt is aan het productschap een bestemmingsheffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE over de door hem in het kalenderjaar 2014 gehouden grootmoederdieren en moederdieren.
2. De tarieven van de in het eerste lid bedoelde heffing bedragen:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd:
a. Indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen.
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen.
b. Indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
2. De tarieven van de in het eerste lid bedoelde heffing bedragen:
[tabel]
3. De in het eerste lid bedoelde heffing is éénmaal gedurende het leven van een grootmoederdier of moederdier verschuldigd:
a. Indien het grootmoederdieren of moederdieren van kippen betreft: 1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen.
1. zodra de grootmoederdieren of moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 20 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong in productie worden genomen.
b. Indien het moederdieren van kalkoenen betreft: 1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
1. zodra de moederdieren zijn geplaatst, of
2. zodra de moederdieren de leeftijd van 29 weken hebben bereikt, in het geval zij in het bedrijf van oorsprong als zodanig in productie worden genomen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034654
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl