BWBR0034587
Geldig vanaf 2013-12-31
Artikel 7
Beleidsregel evenredigheidstoets en sanctionering bij verlies betrouwbaarheid in het busvervoer
1. Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie, indien:
a. de invloed van derden op de handelingen die ten grondslag liggen aan de zeer ernstige overtredingen, doorslaggevend is geweest;
b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van bedoelde overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of
c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor één of meer overtredingen niet aan hem zijn te verwijten.
2. Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder heeft aangetoond dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:
a. het geven van de nodige en kenbare bevelen aan de chauffeurs;
b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving waarin de zeer ernstige overtredingen zijn bestraft of beboet;
c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving, en
d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.
3. Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien zich de omstandigheid als bedoeld in artikel 8, derde lid, voordoet.
a. de invloed van derden op de handelingen die ten grondslag liggen aan de zeer ernstige overtredingen, doorslaggevend is geweest;
b. sprake is van een niet toerekenbaar gebrek aan kennis over de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het begaan van bedoelde overtredingen terwijl kennis daarvan de overtredingen zou hebben voorkomen, of
c. sprake is van een door de vervoerder aan te tonen andere situatie van overmacht waardoor één of meer overtredingen niet aan hem zijn te verwijten.
2. Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien de vervoerder heeft aangetoond dat hij het begaan van bedoelde overtredingen duurzaam heeft beperkt door:
a. het geven van de nodige en kenbare bevelen aan de chauffeurs;
b. het treffen van structurele maatregelen in de bedrijfsvoering gericht op het bevorderen van de naleving van de regelgeving waarin de zeer ernstige overtredingen zijn bestraft of beboet;
c. het aan de chauffeur verstrekken van de nodige middelen voor de naleving van de onder b bedoelde regelgeving, en
d. het houden van in redelijkheid te vorderen toezicht ter zake van de onderdelen a tot en met c.
3. Het verlies van betrouwbaarheid van de vervoerder is een onevenredig strenge sanctie indien zich de omstandigheid als bedoeld in artikel 8, derde lid, voordoet.