BWBR0034564
Geldig vanaf 31-12-2013
Artikel 5
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Centraal Bureau Voor de Statistiek 2012
1. Aan de hoofddirecteuren, directeuren, het hoofd Centrale Beleidsstaf en hun respectieve plaatsvervangers wordt, ieder voor zich en voor zover het de hun regarderende organisatieonderdelen betreft, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor beslissingen ten aanzien van personeelsaangelegenheden op hun werkterrein, voor zover die niet op grond van artikel 3 zijn voorbehouden aan de directeur-generaal dan wel in specifiek mandaat of ondermandaat aan een andere functionaris zijn opgedragen en beperkt tot de som waarover besloten mag worden ingevolge Artikel 9. Volmacht en machtiging.
2. Aan de sectormanagers en de teammanagers en hun respectieve plaatsvervangers wordt, ieder voor zich en voor zover het de onder hen ressorterende personeelsleden betreft, mandaat en machtiging verleend tot het nemen van beslissingen in het kader van secundaire arbeidsvoorwaardenregelingen op het gebied van:
a. werktijden en overwerk;
b. vakantie en (buitengewoon) verlof;
c. beschikbaarheid zoals consignatie, inroostering in onregelmatigheid;
d. vergoedingen (reiskosten e.d.)beperkt tot de som waarover besloten mag worden ingevolge Artikel 9. Volmacht en machtiging.
e. beslissingen inzake verzuim vanwege ziekte en arbeidsongeschiktheid (‘zorgmanager’) beperkt tot die besluiten met een aannemelijk financieel belang (risico) overeenkomstig de som waarover besloten mag worden ingevolge Artikel 9. Volmacht en machtiging; de beslissingen buiten de volmacht van de teammanager en of sectormanager worden in vergadering van het Sociaal Medisch Team/ door de hoofddirecteur genomen.
3. Het mandaat geldt niet voor het beslissen op bezwaren tegen beslissingen op grond van regelingen betreffende rechtspositie en arbeidsvoorwaarden.
Met lid 2 e. wordt aangesloten bij de procuratie-verhoudingen binnen CBS én de CBS-Gedragslijn voor preventie, terugdringen en begeleiding van verzuim (Waaronder de uitvoering van de Wet Verbetering Poortwachter)
Met lid 3 volgt dit ‘besluit’ de bepalingen uit de Algemene wet Bestuursrecht
2. Aan de sectormanagers en de teammanagers en hun respectieve plaatsvervangers wordt, ieder voor zich en voor zover het de onder hen ressorterende personeelsleden betreft, mandaat en machtiging verleend tot het nemen van beslissingen in het kader van secundaire arbeidsvoorwaardenregelingen op het gebied van:
a. werktijden en overwerk;
b. vakantie en (buitengewoon) verlof;
c. beschikbaarheid zoals consignatie, inroostering in onregelmatigheid;
d. vergoedingen (reiskosten e.d.)beperkt tot de som waarover besloten mag worden ingevolge Artikel 9. Volmacht en machtiging.
e. beslissingen inzake verzuim vanwege ziekte en arbeidsongeschiktheid (‘zorgmanager’) beperkt tot die besluiten met een aannemelijk financieel belang (risico) overeenkomstig de som waarover besloten mag worden ingevolge Artikel 9. Volmacht en machtiging; de beslissingen buiten de volmacht van de teammanager en of sectormanager worden in vergadering van het Sociaal Medisch Team/ door de hoofddirecteur genomen.
3. Het mandaat geldt niet voor het beslissen op bezwaren tegen beslissingen op grond van regelingen betreffende rechtspositie en arbeidsvoorwaarden.
Met lid 2 e. wordt aangesloten bij de procuratie-verhoudingen binnen CBS én de CBS-Gedragslijn voor preventie, terugdringen en begeleiding van verzuim (Waaronder de uitvoering van de Wet Verbetering Poortwachter)
Met lid 3 volgt dit ‘besluit’ de bepalingen uit de Algemene wet Bestuursrecht
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl