BWBR0034548
Geldig vanaf 2017-03-01
Artikel 3
Regeling vermindering verhuurderheffing 2014
1. De aanmelding van een gerealiseerde investering bevat ten minste:
a. een aanduiding van de gerealiseerde investering;
b. een aanduiding van de postcodes en de adressen ten aanzien waarvan de gerealiseerde investering is verricht;
c. de vergunning indien de investering vergunningplichtig is;
d. indien sprake is van de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
e. indien sprake is van verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen die gerealiseerd is na 31 december 2017: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
f. de datum waarop de investering is gerealiseerd;
g. de gerealiseerde investeringskosten per huurwoning;
h. indien sprake is van verduurzaming als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet: een energielabel dat is vastgesteld en afgegeven nadat de investering is voltooid.
2. Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid geschiedt de aanmelding van een gerealiseerde investering, waarvoor een voorlopige investeringsverklaring is afgegeven voor 1 januari 2021, met inachtneming van het eerste lid zoals dat gold voor 1 januari 2021.
a. een aanduiding van de gerealiseerde investering;
b. een aanduiding van de postcodes en de adressen ten aanzien waarvan de gerealiseerde investering is verricht;
c. de vergunning indien de investering vergunningplichtig is;
d. indien sprake is van de bouw van huurwoningen als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
e. indien sprake is van verbouw van niet voor bewoning bestemde ruimten tot huurwoningen die gerealiseerd is na 31 december 2017: een verhuurderverklaring waaruit blijkt dat de huurprijs lager is en zal zijn dan het bedrag, genoemd in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de huurtoeslag;
f. de datum waarop de investering is gerealiseerd;
g. de gerealiseerde investeringskosten per huurwoning;
h. indien sprake is van verduurzaming als bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, onder 8°, van de wet: een energielabel dat is vastgesteld en afgegeven nadat de investering is voltooid.
2. Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. In afwijking van het eerste lid geschiedt de aanmelding van een gerealiseerde investering, waarvoor een voorlopige investeringsverklaring is afgegeven voor 1 januari 2021, met inachtneming van het eerste lid zoals dat gold voor 1 januari 2021.