BWBR0034534
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel II
Wijzigingsbesluit Vreemdelingenbesluit 2000 (uitvoering Dublinverordening)
1. Dit besluit blijft buiten toepassing voor de vreemdeling die ten minste zes dagen voorafgaand aan inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels te kennen heeft gegeven een aanvraag in te willen dienen.
2. Indien de vreemdeling minder dan zes dagen voorafgaand aan inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels te kennen heeft gegeven een aanvraag in te willen dienen, kan in afwijking van dit besluit een rust- en voorbereidingstermijn worden gegeven die korter is dan zes dagen. De rust- en voorbereidingstermijn is in dat geval ten minste zes dagen, gerekend vanaf het moment dat de vreemdeling overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels te kennen heeft gegeven een aanvraag in te willen dienen.
2. Indien de vreemdeling minder dan zes dagen voorafgaand aan inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels te kennen heeft gegeven een aanvraag in te willen dienen, kan in afwijking van dit besluit een rust- en voorbereidingstermijn worden gegeven die korter is dan zes dagen. De rust- en voorbereidingstermijn is in dat geval ten minste zes dagen, gerekend vanaf het moment dat de vreemdeling overeenkomstig door Onze Minister van Veiligheid en Justitie gestelde regels te kennen heeft gegeven een aanvraag in te willen dienen.