BWBR0034369
Geldig vanaf 2013-12-18
Artikel 10
Wet regeling ouderlijk gezag op minderjarige Koning 2013
1. Binnen de eerste zes maanden van ieder kalenderjaar wordt een staat van de ontvangsten en de uitgaven ten behoeve van de minderjarigen gedurende het afgelopen jaar door Onze voornoemde echtgenote aan het College overgelegd en door het College vastgesteld.
2. Het batig overschot van de ontvangsten boven de uitgaven, voorkomende op de in het eerste lid bedoelde staat, alsmede de in de loop van het jaar ontvangen kooppenningen van verkochte goederen, aflossingssommen van effecten en andere afgeloste kapitalen worden zo spoedig mogelijk, en zulks met goedkeuring van het College belegd.
2. Het batig overschot van de ontvangsten boven de uitgaven, voorkomende op de in het eerste lid bedoelde staat, alsmede de in de loop van het jaar ontvangen kooppenningen van verkochte goederen, aflossingssommen van effecten en andere afgeloste kapitalen worden zo spoedig mogelijk, en zulks met goedkeuring van het College belegd.