BWBR0034344
Geldig vanaf 2013-12-12
Artikel 5
Mandaatbesluit Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland
1. Voor de activiteiten bedoeld in de artikelen 3en 4is voor de jaren 2014 tot en met 2018 een totaalbedrag beschikbaar van maximaal € 37.860.000,–.
2. Jaarlijks wordt een bedrag van € 7.572.000,– als voorschot in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
3. Vanaf het kalenderjaar 2015 worden de in artikel 5genoemde bedragen bijgesteld met het percentage loonbijstelling dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Minister van Financiën in het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.
4. De berekening van de vergoeding van de kosten voor het jaar 2019 en volgende wordt aan het einde van de periode, bedoeld in het eerste lid, nader bepaald.
2. Jaarlijks wordt een bedrag van € 7.572.000,– als voorschot in gelijke maandelijkse termijnen betaald.
3. Vanaf het kalenderjaar 2015 worden de in artikel 5genoemde bedragen bijgesteld met het percentage loonbijstelling dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van de Minister van Financiën in het voorgaande kalenderjaar heeft ontvangen.
4. De berekening van de vergoeding van de kosten voor het jaar 2019 en volgende wordt aan het einde van de periode, bedoeld in het eerste lid, nader bepaald.