BWBR0034327
Geldig vanaf 2024-06-13
Artikel 30
Regeling basisregistratie personen
1. Ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 29kunnen uit het centraal archief van overledenen op schriftelijk verzoek gegevens worden verstrekt aan:
a. een derde, indien deze bij de verstrekking een gerechtvaardigd belang heeft en voor zover de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad;
b. een overheidsorgaan, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taak.
Het verzoek bevat de gronden voor de verstrekking.
2. De gegevens over het adres worden aan een derde niet verstrekt gedurende 20 jaar na de datum van overlijden van betrokkene, tenzij de verzoeker aantoont bij de verstrekking een zwaarwegend belang te hebben.
3. Gegevens voor zover daarmee aangegeven wordt dat betrokkene tot een kerkgenootschap, vereniging met godsdienstig doel of levensbeschouwelijke groepering heeft behoord, worden niet verstrekt.
4. Het administratienummer wordt niet verstrekt aan derden.
5. De gegevens over de oorzaak van overlijden en de naam van de geneeskundige of de lijkschouwer worden slechts verstrekt aan:
a. een overheidsorgaan;
b. een derde in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift of indien de verstrekking noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek.
6. De gegevens vermeld in de vakken 23, 24 en 35 van de persoonskaart worden slechts verstrekt:
a. indien het betreft vervolggegevens die behoren tot gegevens uit een ander vak van de persoonskaart die op grond van dit artikel kunnen worden verstrekt, of
b. met overeenkomstige toepassing van het vijfde lid.
a. een derde, indien deze bij de verstrekking een gerechtvaardigd belang heeft en voor zover de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad;
b. een overheidsorgaan, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taak.
Het verzoek bevat de gronden voor de verstrekking.
2. De gegevens over het adres worden aan een derde niet verstrekt gedurende 20 jaar na de datum van overlijden van betrokkene, tenzij de verzoeker aantoont bij de verstrekking een zwaarwegend belang te hebben.
3. Gegevens voor zover daarmee aangegeven wordt dat betrokkene tot een kerkgenootschap, vereniging met godsdienstig doel of levensbeschouwelijke groepering heeft behoord, worden niet verstrekt.
4. Het administratienummer wordt niet verstrekt aan derden.
5. De gegevens over de oorzaak van overlijden en de naam van de geneeskundige of de lijkschouwer worden slechts verstrekt aan:
a. een overheidsorgaan;
b. een derde in verband met de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift of indien de verstrekking noodzakelijk is voor wetenschappelijk onderzoek.
6. De gegevens vermeld in de vakken 23, 24 en 35 van de persoonskaart worden slechts verstrekt:
a. indien het betreft vervolggegevens die behoren tot gegevens uit een ander vak van de persoonskaart die op grond van dit artikel kunnen worden verstrekt, of
b. met overeenkomstige toepassing van het vijfde lid.