BWBR0034269
Geldig vanaf 2013-12-04
Artikel 2
Mandaatbesluit Rijksgebouwendienst 2013
1. Geen mandaat wordt verleend met betrekking tot de bevoegdheid tot:
a. het verlenen van ondermandaat;
b. het benoemen van een projectbevoegde die wordt voorzien van bijzondere bevoegdheden;
c. het vaststellen van vaststellingsovereenkomsten;
d. het beslissen omtrent het verlenen van subsidie;
e. het beslissen over het aangaan van (juridische) verplichtingen ten aanzien van functionarissen die erop gericht zijn de medewerker aanspraak te verlenen op enige financiële tegemoetkoming, schadeloosstelling, schadevergoeding vanaf € 2.500 of overigens enige geldelijke bijdrage te verlenen anders dan waar personeelsleden volgens vast gebruik aanspraak op kunnen maken;
f. het beslissen over het aanhangig maken van juridische procedures;
g. het beslissen omtrent het vertegenwoordigen van de minister of de Staat in juridische procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken; de desbetreffende functionaris wordt benoemd bij een besluit overeenkomstig bijlage 8 van dit besluit;
h. het beslissen omtrent deelname aan buitenlandse dienstreizen door functionarissen van de Rijksgebouwendienst;
i. het inhuren van externen op het terrein van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.
2. Mandaat met betrekking tot het inschakelen van de Landsadvocaat wordt uitsluitend verleend aan de directeur Bedrijfs- en Bestuurszaken en het hoofd Juridische Advisering.
a. het verlenen van ondermandaat;
b. het benoemen van een projectbevoegde die wordt voorzien van bijzondere bevoegdheden;
c. het vaststellen van vaststellingsovereenkomsten;
d. het beslissen omtrent het verlenen van subsidie;
e. het beslissen over het aangaan van (juridische) verplichtingen ten aanzien van functionarissen die erop gericht zijn de medewerker aanspraak te verlenen op enige financiële tegemoetkoming, schadeloosstelling, schadevergoeding vanaf € 2.500 of overigens enige geldelijke bijdrage te verlenen anders dan waar personeelsleden volgens vast gebruik aanspraak op kunnen maken;
f. het beslissen over het aanhangig maken van juridische procedures;
g. het beslissen omtrent het vertegenwoordigen van de minister of de Staat in juridische procedures waarbij het dienstonderdeel is betrokken; de desbetreffende functionaris wordt benoemd bij een besluit overeenkomstig bijlage 8 van dit besluit;
h. het beslissen omtrent deelname aan buitenlandse dienstreizen door functionarissen van de Rijksgebouwendienst;
i. het inhuren van externen op het terrein van interim-management, organisatie- en formatieadvies, communicatieadvies en beleidsadvies.
2. Mandaat met betrekking tot het inschakelen van de Landsadvocaat wordt uitsluitend verleend aan de directeur Bedrijfs- en Bestuurszaken en het hoofd Juridische Advisering.