BWBR0034268
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel III
Wijzigingswet Vreemdelingenwet 2000 (herschikken gronden voor asielverlening)
1. Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c dan wel d, van de Vreemdelingenwet 2000, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, wordt beheerst door Vreemdelingenwet 2000zoals deze luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
2. Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel f, van de Vreemdelingenwet 2000, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet, onder handhaving van de geldigheidsduur, aangemerkt als een vergunning voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a dan wel b, van de Vreemdelingenwet 2000.
2. Een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder e dan wel f, van de Vreemdelingenwet 2000, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, wordt vanaf de inwerkingtreding van deze wet, onder handhaving van de geldigheidsduur, aangemerkt als een vergunning voor bepaalde tijd, verleend op grond van artikel 29, tweede lid, aanhef en onder a dan wel b, van de Vreemdelingenwet 2000.