BWBR0034241
Geldig vanaf 2014-01-01
Artikel 5
Regeling stralingsbescherming werknemers 2014
1. Een dosimetrische dienst verstrekt een ondernemer ten behoeve van een blootgestelde werknemer een dosismeter, opdat de ondernemer kan voldoen aan de verplichting, bedoeld in artikel 87, eerste lid, van het besluit.
2. Bij de eerste verstrekking van een dosismeter en bij elke belangrijke wijziging in het gebruik of de behandeling ervan, zorgt de dosimetrische dienst ervoor dat ten behoeve van de drager van de dosismeter een instructie beschikbaar wordt gesteld voor het gebruik en de behandeling ervan en dat de instructie te allen tijde opvraagbaar is voor de drager en ondernemer.
3. De ondernemer betaalt de kosten voor de dienstverlening van de dosimetrische dienst.
4. De ondernemer laat de blootgestelde werknemer de dosismeter gebruiken voor een periode van maximaal vijf weken.
5. De ondernemer zorgt er voor, met het oog op het interpreteren van de ontvangen stralingsdosis, dat de blootgestelde werknemer de dosismeter op de juiste wijze draagt en stelt hiervoor interne voorschriften vast, op de naleving waarvan de algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige of toezichthoudend deskundige binnen de onderneming toeziet.
6. De dosimetrische dienst is de bewerker van de dosisgegevens van de blootgestelde werknemer, zulks ten behoeve van de ondernemer.
7. De dosimetrische dienst draagt zorg voor opname in het NDRIS, bedoeld in artikel 6, van de gegevens die worden afgeleid van een dosismeter die wordt gebruikt ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van een blootgestelde werknemer.
8. Ter uitvoering van het zevende lid verstrekt de dosimetrische dienst de beheerder periodiek, doch uiterlijk twee maanden na vaststelling ervan, de dosisgegevens afgeleid van de dosismeters die zijn verstrekt aan blootgestelde werknemers, in combinatie met de persoonsgegevens en de op die werknemers betrekking hebbende burgerservicenummers, voor zover het gegevens betreft van een A- of B-werknemer dan wel een werknemer die op vrijwillige basis een dosismeter gebruikt.
9. Een verzoek tot wijziging van de dosisgegevens in het NDRIS, bedoeld in artikel 6, wordt door de ondernemer, onder vermelding van de redenen, ingediend bij de directeur.
2. Bij de eerste verstrekking van een dosismeter en bij elke belangrijke wijziging in het gebruik of de behandeling ervan, zorgt de dosimetrische dienst ervoor dat ten behoeve van de drager van de dosismeter een instructie beschikbaar wordt gesteld voor het gebruik en de behandeling ervan en dat de instructie te allen tijde opvraagbaar is voor de drager en ondernemer.
3. De ondernemer betaalt de kosten voor de dienstverlening van de dosimetrische dienst.
4. De ondernemer laat de blootgestelde werknemer de dosismeter gebruiken voor een periode van maximaal vijf weken.
5. De ondernemer zorgt er voor, met het oog op het interpreteren van de ontvangen stralingsdosis, dat de blootgestelde werknemer de dosismeter op de juiste wijze draagt en stelt hiervoor interne voorschriften vast, op de naleving waarvan de algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige of toezichthoudend deskundige binnen de onderneming toeziet.
6. De dosimetrische dienst is de bewerker van de dosisgegevens van de blootgestelde werknemer, zulks ten behoeve van de ondernemer.
7. De dosimetrische dienst draagt zorg voor opname in het NDRIS, bedoeld in artikel 6, van de gegevens die worden afgeleid van een dosismeter die wordt gebruikt ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van een blootgestelde werknemer.
8. Ter uitvoering van het zevende lid verstrekt de dosimetrische dienst de beheerder periodiek, doch uiterlijk twee maanden na vaststelling ervan, de dosisgegevens afgeleid van de dosismeters die zijn verstrekt aan blootgestelde werknemers, in combinatie met de persoonsgegevens en de op die werknemers betrekking hebbende burgerservicenummers, voor zover het gegevens betreft van een A- of B-werknemer dan wel een werknemer die op vrijwillige basis een dosismeter gebruikt.
9. Een verzoek tot wijziging van de dosisgegevens in het NDRIS, bedoeld in artikel 6, wordt door de ondernemer, onder vermelding van de redenen, ingediend bij de directeur.