BWBR0034216
Geldig vanaf 2014-04-01
Artikel 15
Regeling selectieprocedure bij gedwongen verkoop
Indien een procedure tot overdracht als bedoeld in artikel 3.19a, eerste en tweede lid, van de wetbetrekking heeft op:
a. één vergunning en slechts één natuurlijke of rechtspersoon toestemming heeft verkregen: wordt de vergunning om niet aan hem overgedragen;
b. meerdere gelijksoortige vergunningen en de totale frequentieruimte van die vergunningen tezamen gelijk is aan of groter is dan de door de natuurlijke en rechtspersonen met toestemming aangevraagde frequentieruimte: worden de vergunningen om niet overgedragen en is artikel 7, eerste tot en met vijfde lid, van de VOA-regeling van overeenkomstige toepassing;
c. meerdere ongelijksoortige vergunningen: worden de vergunningen om niet overgedragen indien er voor iedere vergunning ten hoogste één aanvraag is ingediend door een natuurlijke of rechtspersoon met toestemming, tenzij en voor zover Onze Minister om redenen van doelmatig frequentiegebruik of vanwege het bepaalde bij of krachtens artikel 6.24 van de Mediawet 2008 in het in artikel 3, bedoelde besluit heeft bepaald dat de bij dat besluit aangewezen ongelijksoortige vergunningen uitsluitend om niet worden overgedragen indien de frequentieruimte voor alle vergunningen tezamen of per categorie van vergunningen gelijk is aan of groter is dan de door de natuurlijke en rechtspersonen met toestemming aangevraagde frequentieruimte.
a. één vergunning en slechts één natuurlijke of rechtspersoon toestemming heeft verkregen: wordt de vergunning om niet aan hem overgedragen;
b. meerdere gelijksoortige vergunningen en de totale frequentieruimte van die vergunningen tezamen gelijk is aan of groter is dan de door de natuurlijke en rechtspersonen met toestemming aangevraagde frequentieruimte: worden de vergunningen om niet overgedragen en is artikel 7, eerste tot en met vijfde lid, van de VOA-regeling van overeenkomstige toepassing;
c. meerdere ongelijksoortige vergunningen: worden de vergunningen om niet overgedragen indien er voor iedere vergunning ten hoogste één aanvraag is ingediend door een natuurlijke of rechtspersoon met toestemming, tenzij en voor zover Onze Minister om redenen van doelmatig frequentiegebruik of vanwege het bepaalde bij of krachtens artikel 6.24 van de Mediawet 2008 in het in artikel 3, bedoelde besluit heeft bepaald dat de bij dat besluit aangewezen ongelijksoortige vergunningen uitsluitend om niet worden overgedragen indien de frequentieruimte voor alle vergunningen tezamen of per categorie van vergunningen gelijk is aan of groter is dan de door de natuurlijke en rechtspersonen met toestemming aangevraagde frequentieruimte.