BWBR0034157
Geldig vanaf 2018-05-28
Artikel 3
Algemeen organisatiebesluit Defensie 2013
De Commandant der Strijdkrachten is belast met:
a. het met inachtneming van de aanwijzingen van de Secretaris-Generaal geven van ambtelijke leiding aan de Defensiestaf;
b. de taak van de militaire adviseur van de Minister van Defensie;
c. het met inachtneming van de aanwijzingen van de Minister van Defensie aansturen van de voorbereidingen, uitvoering en evaluatie van alle operaties, alsmede het zorg dragen voor de implementatie van de verbetermaatregelen naar aanleiding van de evaluaties van operaties;
d. het plannendeel van de beleid-, plan- en begrotingsprocedure waaronder het uitwerken van het actuele beleid binnen de financiële kaders in het Defensieplan inclusief de allocatie van de daarbij behorende middelen voor alle defensieonderdelen;
e. het nemen van beslissingen ten aanzien van de herallocatie van middelen van de defensieonderdelen bij knelpunten in het uitvoeringsjaar;
f. het waarborgen van de balans tussen doelstellingen, activiteiten en middelen;
g. het aansturen van het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten en het Commando Luchtstrijdkrachten;
h. het aansturen van de inzet van het Commando Koninklijke Marechaussee voor zover het de verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie betreft;
i. de bi- en multilaterale militaire samenwerking.
a. het met inachtneming van de aanwijzingen van de Secretaris-Generaal geven van ambtelijke leiding aan de Defensiestaf;
b. de taak van de militaire adviseur van de Minister van Defensie;
c. het met inachtneming van de aanwijzingen van de Minister van Defensie aansturen van de voorbereidingen, uitvoering en evaluatie van alle operaties, alsmede het zorg dragen voor de implementatie van de verbetermaatregelen naar aanleiding van de evaluaties van operaties;
d. het plannendeel van de beleid-, plan- en begrotingsprocedure waaronder het uitwerken van het actuele beleid binnen de financiële kaders in het Defensieplan inclusief de allocatie van de daarbij behorende middelen voor alle defensieonderdelen;
e. het nemen van beslissingen ten aanzien van de herallocatie van middelen van de defensieonderdelen bij knelpunten in het uitvoeringsjaar;
f. het waarborgen van de balans tussen doelstellingen, activiteiten en middelen;
g. het aansturen van het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten en het Commando Luchtstrijdkrachten;
h. het aansturen van de inzet van het Commando Koninklijke Marechaussee voor zover het de verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie betreft;
i. de bi- en multilaterale militaire samenwerking.