BWBR0034155
Geldig vanaf 2013-11-12
Artikel 2
Algemeen mandaat, volmacht en machtigingsbesluit Defensie 2013
1. Aan de Secretaris-Generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend met betrekking tot aangelegenheden als bedoeld in het Algemeen organisatiebesluit Defensie 2013.
2. De verlening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, omvat niet:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;
b. de bevoegdheid tot het beslissen op een bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door een bewindspersoon of door de Secretaris-Generaal is genomen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten of tot het verrichten van andere handelingen, neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Koning;
2°. de Raad van State of de Raad van State van het Koninkrijk, in gevallen waarin de Raad wordt gehoord over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal;
3°. de ministerraad of de ministerraad van het Koninkrijk;
4°. een minister;
5°. de kamers der Staten-Generaal;
6°. de Algemene Rekenkamer.
1°. de Koning;
2°. de Raad van State of de Raad van State van het Koninkrijk, in gevallen waarin de Raad wordt gehoord over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal;
3°. de ministerraad of de ministerraad van het Koninkrijk;
4°. een minister;
5°. de kamers der Staten-Generaal;
6°. de Algemene Rekenkamer.
2. De verlening van bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, omvat niet:
a. de bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, tenzij bij de verlening van die bevoegdheid in mandaatverlening is voorzien;
b. de bevoegdheid tot het beslissen op een bezwaarschrift indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door een bewindspersoon of door de Secretaris-Generaal is genomen;
c. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten of tot het verrichten van andere handelingen, neergelegd in een document, gericht tot: 1°. de Koning;
2°. de Raad van State of de Raad van State van het Koninkrijk, in gevallen waarin de Raad wordt gehoord over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal;
3°. de ministerraad of de ministerraad van het Koninkrijk;
4°. een minister;
5°. de kamers der Staten-Generaal;
6°. de Algemene Rekenkamer.
1°. de Koning;
2°. de Raad van State of de Raad van State van het Koninkrijk, in gevallen waarin de Raad wordt gehoord over voorstellen van wet en ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur, alsmede over voorstellen tot goedkeuring van verdragen door de Staten-Generaal;
3°. de ministerraad of de ministerraad van het Koninkrijk;
4°. een minister;
5°. de kamers der Staten-Generaal;
6°. de Algemene Rekenkamer.