BWBR0034089
Geldig vanaf 2013-10-29
Artikel 2
Instellingsbesluit Evaluatiecommissie KNAW
1. Er is een Evaluatiecommissie KNAW.
2. De commissie evalueert het navolgende:
a. Welke rol speelde de KNAW in de ontwikkelingen en veranderingen in het wetenschapsbestel in de afgelopen jaren en vervulde zij deze rol adequaat? Tegen de achtergrond van deze ontwikkeling is het opportuun de evaluatie van de KNAW niet beperkt te houden tot het functioneren van de instelling zelf. Welke rol zou de KNAW moeten vervullen in het Nederlandse wetenschapsbestel van de komende tien tot twintig jaar, gegeven de wetenschappelijke, maatschappelijke en internationale eisen die aan de Nederlandse wetenschap worden gesteld? Is de KNAW effectief en doelmatig in de vervulling van haar taken? Is in dit kader de wijze waarop de KNAW haar (bestuurlijke) relaties onderhoudt optimaal?
b. Voor de evaluatie van de KNAW als actor in het Nederlandse wetenschapsbestel is het tevens belangrijk de drie rollen te bezien die de KNAW zelf onderscheidt (Strategisch Plan 2010–2015; uit 2010), namelijk die van Genootschap, adviseur en organisatie verantwoordelijk voor de KNAW-instituten. Per rol zijn onder andere de volgende vragen relevant: Is de samenstelling van het Genootschap adequaat? Hoe pakt een vergelijking met buitenlandse genootschappen uit? Is de KNAW in staat over de volle breedte van het wetenschappelijk werkveld gewichtige adviezen uit te brengen aan de overheid en aan het wetenschapsbestel? Zijn de adviezen effectief? Beheert de KNAW haar instituten effectief en doelmatig? Hoe pakt een internationale vergelijking van de KNAW als institutenorganisatie uit? Is het wenselijk de rol van de KNAW als institutenbeheerder te heroverwegen?
2. De commissie evalueert het navolgende:
a. Welke rol speelde de KNAW in de ontwikkelingen en veranderingen in het wetenschapsbestel in de afgelopen jaren en vervulde zij deze rol adequaat? Tegen de achtergrond van deze ontwikkeling is het opportuun de evaluatie van de KNAW niet beperkt te houden tot het functioneren van de instelling zelf. Welke rol zou de KNAW moeten vervullen in het Nederlandse wetenschapsbestel van de komende tien tot twintig jaar, gegeven de wetenschappelijke, maatschappelijke en internationale eisen die aan de Nederlandse wetenschap worden gesteld? Is de KNAW effectief en doelmatig in de vervulling van haar taken? Is in dit kader de wijze waarop de KNAW haar (bestuurlijke) relaties onderhoudt optimaal?
b. Voor de evaluatie van de KNAW als actor in het Nederlandse wetenschapsbestel is het tevens belangrijk de drie rollen te bezien die de KNAW zelf onderscheidt (Strategisch Plan 2010–2015; uit 2010), namelijk die van Genootschap, adviseur en organisatie verantwoordelijk voor de KNAW-instituten. Per rol zijn onder andere de volgende vragen relevant: Is de samenstelling van het Genootschap adequaat? Hoe pakt een vergelijking met buitenlandse genootschappen uit? Is de KNAW in staat over de volle breedte van het wetenschappelijk werkveld gewichtige adviezen uit te brengen aan de overheid en aan het wetenschapsbestel? Zijn de adviezen effectief? Beheert de KNAW haar instituten effectief en doelmatig? Hoe pakt een internationale vergelijking van de KNAW als institutenorganisatie uit? Is het wenselijk de rol van de KNAW als institutenbeheerder te heroverwegen?