BWBR0033945
Geldig vanaf 2013-09-28
Artikel 2
Besluit waardevaststelling netten voor elektriciteit en voor gastransport
1. Indien partijen geen overeenstemming bereiken over de vaststelling van de tegenprestatie voor de overdracht van de economische eigendom van het net waarop de aanwijzing van een netbeheerder door Onze Minister betrekking heeft, dragen zij binnen een termijn van twaalf weken na de beschikking tot aanwijzing zorg voor het:
a. gezamenlijk verstrekken van een opdracht aan één of meer deskundigen tot het geven van een bindend advies tot vaststelling van de waarde van de tegenprestatie,
b. tussen hen beiden aangaan van een overeenkomst tot arbitrage met een aanduiding van het compromis tot vaststelling van de waarde van de tegenprestatie,
c. door één van hen beiden indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij de ter zake bevoegde rechter tot het bevelen van een voorlopig bericht van deskundigen over de waarde van de tegenprestatie of
d. door één van hen aanhangig maken van een geding bij de ter zake bevoegde rechter tot vaststelling van de waarde van de tegenprestatie.
2. Partijen dragen er zorg voor dat een door hen gezamenlijk verstrekte opdracht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, uiterlijk binnen twaalf weken na het verlenen daarvan tot het uitbrengen van een advies leidt.
a. gezamenlijk verstrekken van een opdracht aan één of meer deskundigen tot het geven van een bindend advies tot vaststelling van de waarde van de tegenprestatie,
b. tussen hen beiden aangaan van een overeenkomst tot arbitrage met een aanduiding van het compromis tot vaststelling van de waarde van de tegenprestatie,
c. door één van hen beiden indienen van een verzoek als bedoeld in artikel 202 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij de ter zake bevoegde rechter tot het bevelen van een voorlopig bericht van deskundigen over de waarde van de tegenprestatie of
d. door één van hen aanhangig maken van een geding bij de ter zake bevoegde rechter tot vaststelling van de waarde van de tegenprestatie.
2. Partijen dragen er zorg voor dat een door hen gezamenlijk verstrekte opdracht als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, uiterlijk binnen twaalf weken na het verlenen daarvan tot het uitbrengen van een advies leidt.