BWBR0033940
Geldig vanaf 2019-03-26
Artikel 4
Warmtebesluit
1. Het gebruiksafhankelijk deel van de maximumprijs voor:
a. de levering van warmte tot maximaal 31 gigajoule per jaar met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
b. de levering van warmte vanaf 31 gigajoule per jaar met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
c. de levering van warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule: Pw = 0 waarbij: Pw = de variabele kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro per gigajoule; Pg1 = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs uitgedrukt in euro per m3 op basis van het gewogen gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de gasprijs van de overeenkomsten tussen de leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, voor het jaar t, vermeerderd met het laagste van de volgende bedragen: 1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik tot 1.000 m3, waarbij voor de jaarlijkse inflatiecorrectie gebruik wordt gemaakt van de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en waarbij deze jaarlijkse inflatiecorrectie wordt toegepast vanaf 2025; Pg2 = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs uitgedrukt in euro per m3 op basis van het gewogen gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de gasprijs van de overeenkomsten tussen de leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, voor het jaar t, vermeerderd met het laagste van de volgende bedragen: 1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik van 1.000 m3 tot 170.000 m3, waarbij voor de jaarlijkse inflatiecorrectie gebruik wordt gemaakt van de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en waarbij deze jaarlijkse inflatiecorrectie wordt toegepast vanaf 2025; η = het brandstofrendement van de warmteproductie, en CVg = de bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas.
1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik tot 1.000 m3,
1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik van 1.000 m3 tot 170.000 m3,
2. Het brandstofrendement van de warmteproductie wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
waarbij:
η = het brandstofrendement van warmteproductie;
VR = warmtevraag voor ruimteverwarming als percentage van de totale warmtevraag;
η ruimte= gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming;
VT = warmtevraag voor warm tapwater als percentage van de totale warmtevraag, en
η tap= gemiddeld opwekrendement voor warm tapwater.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de elementen, genoemd in het eerste of tweede lid.
a. de levering van warmte tot maximaal 31 gigajoule per jaar met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
b. de levering van warmte vanaf 31 gigajoule per jaar met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdelen a, b en d, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
c. de levering van warmte met een temperatuur categorie als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel c, wordt vastgesteld met inachtneming van de formule: Pw = 0 waarbij: Pw = de variabele kosten in het jaar t, uitgedrukt in euro per gigajoule; Pg1 = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs uitgedrukt in euro per m3 op basis van het gewogen gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de gasprijs van de overeenkomsten tussen de leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, voor het jaar t, vermeerderd met het laagste van de volgende bedragen: 1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik tot 1.000 m3, waarbij voor de jaarlijkse inflatiecorrectie gebruik wordt gemaakt van de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en waarbij deze jaarlijkse inflatiecorrectie wordt toegepast vanaf 2025; Pg2 = de gemiddelde gebruiksafhankelijke gasprijs uitgedrukt in euro per m3 op basis van het gewogen gemiddelde van het gebruiksafhankelijke deel van de gasprijs van de overeenkomsten tussen de leverancier en verbruiker voor het standaardproduct voor een jaar met vaste prijs op basis van het G1 tarief van de tien grootste Nederlandse gasleveranciers, voor het jaar t, vermeerderd met het laagste van de volgende bedragen: 1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik van 1.000 m3 tot 170.000 m3, waarbij voor de jaarlijkse inflatiecorrectie gebruik wordt gemaakt van de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en waarbij deze jaarlijkse inflatiecorrectie wordt toegepast vanaf 2025; η = het brandstofrendement van de warmteproductie, en CVg = de bovenwaarde van de verbrandingswaarde van aardgas.
1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik tot 1.000 m3,
1°. een bedrag van € 0,58301 dat ieder achtereenvolgend jaar voor inflatie wordt gecorrigeerd;
2°. de energiebelasting op aardgas per m3 gas in het jaar t bij een verbruik van 1.000 m3 tot 170.000 m3,
2. Het brandstofrendement van de warmteproductie wordt vastgesteld met inachtneming van de formule:
waarbij:
η = het brandstofrendement van warmteproductie;
VR = warmtevraag voor ruimteverwarming als percentage van de totale warmtevraag;
η ruimte= gemiddeld opwekrendement voor ruimteverwarming;
VT = warmtevraag voor warm tapwater als percentage van de totale warmtevraag, en
η tap= gemiddeld opwekrendement voor warm tapwater.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden gesteld aan de elementen, genoemd in het eerste of tweede lid.