BWBR0033880
Geldig vanaf 2013-09-18
Artikel 5
Mandaatregeling Raad voor de Kinderbescherming 2013
1. Bij verhindering van de directeur van het landelijk bureau is een regiodirecteur bevoegd, daartoe schriftelijk aangewezen door de algemeen directeur.
2. Bij verhindering van de regiodirecteur is de regiodirecteur van een andere regio bevoegd, daartoe schriftelijk aangewezen door de algemeen directeur.
2. Bij verhindering van de regiodirecteur is de regiodirecteur van een andere regio bevoegd, daartoe schriftelijk aangewezen door de algemeen directeur.