BWBR0033865
Geldig vanaf 2013-09-14
Artikel 5
Regeling goederen voor tweeërlei gebruik
1. Een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 3wordt gedaan door degene die een tussenhandeldienst, als bedoeld in de artikelen 4, derde lid, 5, eerste lid, of 6, eerste lid, van de wetverleent en ingediend bij de inspecteur.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die tussenhandeldiensten, als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, indien artikel 4, derde lid, van de wet van toepassing is of als bedoeld in artikel 1, negende of tiende liggend streepje, van de wet indien artikel 5, eerste lid, of 6, eerste lid, van de wet van toepassing is, verleent
b. het land of de landen van herkomst en bestemming, met inbegrip van de eindbestemming, van de goederen voor tweeërlei gebruik waarop de tussenhandeldiensten betrekking hebben;
c. de naam en het adres van de afnemer of de afnemers en de eindgebruiker van de tussenhandeldiensten;
d. een omschrijving van de goederen voor tweeërlei gebruik waarop de aanvraag betrekking heeft, met inbegrip van de merken en typenummers;
e. de aard van de dienstverlening.
3. De inspecteur kan bij de vergunningaanvraag in ieder geval verzoeken om:
a. de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de betreffende tussenhandeldienst;
b. een verklaring betreffende het eindgebruik.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. de naam en het adres van degene die tussenhandeldiensten, als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, indien artikel 4, derde lid, van de wet van toepassing is of als bedoeld in artikel 1, negende of tiende liggend streepje, van de wet indien artikel 5, eerste lid, of 6, eerste lid, van de wet van toepassing is, verleent
b. het land of de landen van herkomst en bestemming, met inbegrip van de eindbestemming, van de goederen voor tweeërlei gebruik waarop de tussenhandeldiensten betrekking hebben;
c. de naam en het adres van de afnemer of de afnemers en de eindgebruiker van de tussenhandeldiensten;
d. een omschrijving van de goederen voor tweeërlei gebruik waarop de aanvraag betrekking heeft, met inbegrip van de merken en typenummers;
e. de aard van de dienstverlening.
3. De inspecteur kan bij de vergunningaanvraag in ieder geval verzoeken om:
a. de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de betreffende tussenhandeldienst;
b. een verklaring betreffende het eindgebruik.