BWBR0033860
Geldig vanaf 2013-10-01
Artikel 5
Regeling koopkrachttegemoetkoming niet-KOB-gerechtigden met een AOW-pensioen
1. Indien de SVB de beschikking heeft over gegevens op basis waarvan aannemelijk is dat de betrokkene recht heeft op de tegemoetkoming, vindt de betaling van de tegemoetkoming plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld en geschiedt deze als regel maandelijks.
2. De SVB is bevoegd om de betaling van de tegemoetkoming te schorsen indien zij van oordeel is of vermoedt dat:
a. niet langer aannemelijk is dat betrokkene recht heeft op de tegemoetkoming;
b. betrokkene zijn verplichting op grond van artikel 6 in samenhang met artikel 11 van de Wet MKOB niet is nagekomen.
2. De SVB is bevoegd om de betaling van de tegemoetkoming te schorsen indien zij van oordeel is of vermoedt dat:
a. niet langer aannemelijk is dat betrokkene recht heeft op de tegemoetkoming;
b. betrokkene zijn verplichting op grond van artikel 6 in samenhang met artikel 11 van de Wet MKOB niet is nagekomen.