1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten genoemd in domein V Werk, Inkomen en Zorg, van
bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. De in artikel 2, tweede lid, bedoelde personen zijn bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten genoemd in domein II Milieu, welzijn en infrastructuur, van
bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.
3. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
4. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.