BWBR0033648
Geldig vanaf 2013-08-01
Artikel 7
Regeling routerings- en meldingssystemen voor schepen in volle zee voor de Nederlandse kust
1. De schepen, bedoeld in artikel 2, die vanwege hun diepgang het zuidelijk deel van het routeringssysteem, omschreven in bijlage 1, onderdeel A en B, onder a en b, niet op veilige wijze kunnen bevaren, zijn vrijgesteld van het verplichting om dit deel van het routeringssysteem te gebruiken.
2. De schepen, bedoeld in het eerste lid, kunnen gebruik maken van de westelijke route van het in de Bekendmaking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 november 1990, nr. S/J 32.053/90 (Stcrt. 1990, 233) omschreven routeringssysteem ter hoogte van Friesland.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van de route, bedoeld in het tweede lid, maakt de kapitein hiervan een aantekening in het scheepsjournaal.
2. De schepen, bedoeld in het eerste lid, kunnen gebruik maken van de westelijke route van het in de Bekendmaking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 26 november 1990, nr. S/J 32.053/90 (Stcrt. 1990, 233) omschreven routeringssysteem ter hoogte van Friesland.
3. Indien gebruik wordt gemaakt van de route, bedoeld in het tweede lid, maakt de kapitein hiervan een aantekening in het scheepsjournaal.