BWBR0033644
Geldig vanaf 2013-07-10
Artikel 2
Tijdelijke regeling tegemoetkoming musici en artiesten WW en Wet WIA
1. Rechthebbende op grond van deze regeling is degene die:
a. recht zou hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II, paragraaf 1, van de WW, indien voldaan zou zijn aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 17 van de WW, en als werknemer in de 39 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, in een onregelmatig arbeidspatroon uitsluitend of vrijwel uitsluitend als musicus of anderszins als artiest, dan wel als filmmedewerker arbeid in dienstbetrekking, in ten minste 16 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft; of
b. recht heeft op een WGA-uitkering, maar niet voldoet aan de referte-eis, bedoeld in artikel 58 van de Wet WIA, en als werknemer in de 39 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag na de dag waarop het recht op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bezoldiging op grond van hoofdstuk IV, vierde afdeling, van de Ziektewet of het recht op ziekengeld op grond van artikel 29 van de Ziektewet is geëindigd, in een onregelmatig arbeidspatroon uitsluitend of vrijwel uitsluitend als musicus of anderszins als artiest, dan wel als filmmedewerker arbeid in dienstbetrekking, in ten minste 16 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft.
2. Gelijkgesteld aan de rechthebbende, bedoeld in het eerste lid, is de werknemer die de artiest of musicus, bedoeld in het eerste lid, in zijn optreden technisch heeft ondersteund in hetzelfde of nagenoeg hetzelfde arbeidspatroon.
a. recht zou hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II, paragraaf 1, van de WW, indien voldaan zou zijn aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 17 van de WW, en als werknemer in de 39 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van werkloosheid, in een onregelmatig arbeidspatroon uitsluitend of vrijwel uitsluitend als musicus of anderszins als artiest, dan wel als filmmedewerker arbeid in dienstbetrekking, in ten minste 16 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft; of
b. recht heeft op een WGA-uitkering, maar niet voldoet aan de referte-eis, bedoeld in artikel 58 van de Wet WIA, en als werknemer in de 39 kalenderweken onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag na de dag waarop het recht op loon op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of bezoldiging op grond van hoofdstuk IV, vierde afdeling, van de Ziektewet of het recht op ziekengeld op grond van artikel 29 van de Ziektewet is geëindigd, in een onregelmatig arbeidspatroon uitsluitend of vrijwel uitsluitend als musicus of anderszins als artiest, dan wel als filmmedewerker arbeid in dienstbetrekking, in ten minste 16 kalenderweken ten minste één arbeidsuur per kalenderweek heeft.
2. Gelijkgesteld aan de rechthebbende, bedoeld in het eerste lid, is de werknemer die de artiest of musicus, bedoeld in het eerste lid, in zijn optreden technisch heeft ondersteund in hetzelfde of nagenoeg hetzelfde arbeidspatroon.