BWBR0033613
Geldig vanaf 2021-04-01
Artikel 14
Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen
1. De rapportage, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het besluit, bevat in ieder geval informatie over:
a. de effectiviteit en de doelmatigheid van: 1°. de informatie met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;
2°. de analyses van gegevens die zijn uitgevoerd met betrekking tot het speelgedrag van spelers als bedoeld in artikel 27ja, 30v of 31m van de wet; en
3°. de interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit.
1°. de informatie met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;
2°. de analyses van gegevens die zijn uitgevoerd met betrekking tot het speelgedrag van spelers als bedoeld in artikel 27ja, 30v of 31m van de wet; en
3°. de interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit.
b. de bevindingen van deskundigen en ervaringsdeskundigen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder en de wijzigingen die naar aanleiding van die bevindingen zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid;
c. de uitkomsten van de risico-analyse, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, en de maatregelen en voorzieningen die naar aanleiding van die risico-analyse zijn getroffen;
d. de beoordeling, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, en de wijzigingen die naar aanleiding van die beoordeling zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;
e. andere wijzigingen die zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid.
2. De vergunninghouder stelt de rapportage op en zendt deze binnen een jaar na de ingangsdatum van de vergunning en vervolgens ieder jaar aan de raad van bestuur overeenkomstig door de raad van bestuur te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm en de wijze waarop wordt gerapporteerd.
3. De raad van bestuur kan in afwijking van het tweede lid bepalen dat een vergunninghouder, een aantal vergunninghouders of alle vergunninghouders vaker dan eenmaal per jaar rapporteren. Daarbij geeft hij in ieder geval aan over welke onderwerpen moet worden gerapporteerd.
a. de effectiviteit en de doelmatigheid van: 1°. de informatie met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;
2°. de analyses van gegevens die zijn uitgevoerd met betrekking tot het speelgedrag van spelers als bedoeld in artikel 27ja, 30v of 31m van de wet; en
3°. de interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit.
1°. de informatie met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;
2°. de analyses van gegevens die zijn uitgevoerd met betrekking tot het speelgedrag van spelers als bedoeld in artikel 27ja, 30v of 31m van de wet; en
3°. de interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit.
b. de bevindingen van deskundigen en ervaringsdeskundigen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder en de wijzigingen die naar aanleiding van die bevindingen zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid;
c. de uitkomsten van de risico-analyse, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, en de maatregelen en voorzieningen die naar aanleiding van die risico-analyse zijn getroffen;
d. de beoordeling, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, en de wijzigingen die naar aanleiding van die beoordeling zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;
e. andere wijzigingen die zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid.
2. De vergunninghouder stelt de rapportage op en zendt deze binnen een jaar na de ingangsdatum van de vergunning en vervolgens ieder jaar aan de raad van bestuur overeenkomstig door de raad van bestuur te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm en de wijze waarop wordt gerapporteerd.
3. De raad van bestuur kan in afwijking van het tweede lid bepalen dat een vergunninghouder, een aantal vergunninghouders of alle vergunninghouders vaker dan eenmaal per jaar rapporteren. Daarbij geeft hij in ieder geval aan over welke onderwerpen moet worden gerapporteerd.