BWBR0033600
Geldig vanaf 2013-06-29
Artikel 2
Besluit wegvervoer goederen
1. Het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager is een onevenredig strenge sanctie indien naar het oordeel van de NIWO een door haar vast te stellen minimumaantal veroordelingen en sancties jegens een vervoersmanager niet is overschreden. Bij het bepalen van dit aantal houdt de NIWO rekening met de aard van de overtreding die ten grondslag ligt aan een veroordeling of sanctie en het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van de vervoerder of vervoerders waarvoor de vervoersmanager werkzaam is.
2. Indien het in het eerste lid bedoelde aantal is overschreden, kan de NIWO het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager als een onevenredig strenge sanctie aanmerken indien:
a. de totstandkoming van een aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding de vervoersmanager niet of slechts ten dele kan worden verweten;
b. de wijze waarop de vervoersmanager de bedrijfsvoering van een of meer vervoerondernemingen onder zijn verantwoordelijkheid heeft ingericht dan wel zijn handelwijze in die ondernemingen, het begaan van de aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding heeft beperkt; of
c. het aantal aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtredingen naar het oordeel van de NIWO niet in redelijke verhouding staat tot de omvang van de vervoeronderneming of vervoerondernemingen waarvoor hij als zodanig werkzaam is, gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van die onderneming of ondernemingen.
3. Onze Minister beslist over de in artikel 2.8a, vijfde lid, van de wetbedoelde toestemming op grond van de in het tweede lid genoemde gronden.
4. Voor een besluit als bedoeld in artikel 2.8a, tweede lid, van de wetis in het geval, bedoeld in het eerste lid, geen toestemming van Onze Minister vereist.
5. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het gaat om de in artikel 1bedoelde veroordelingen en sancties jegens de vervoerder waarvoor de vervoersmanager werkzaam is.
2. Indien het in het eerste lid bedoelde aantal is overschreden, kan de NIWO het verlies van de betrouwbaarheid van een vervoersmanager als een onevenredig strenge sanctie aanmerken indien:
a. de totstandkoming van een aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding de vervoersmanager niet of slechts ten dele kan worden verweten;
b. de wijze waarop de vervoersmanager de bedrijfsvoering van een of meer vervoerondernemingen onder zijn verantwoordelijkheid heeft ingericht dan wel zijn handelwijze in die ondernemingen, het begaan van de aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtreding heeft beperkt; of
c. het aantal aan een veroordeling of sanctie ten grondslag liggende overtredingen naar het oordeel van de NIWO niet in redelijke verhouding staat tot de omvang van de vervoeronderneming of vervoerondernemingen waarvoor hij als zodanig werkzaam is, gemeten naar het aantal gewaarmerkte afschriften van de vergunning van die onderneming of ondernemingen.
3. Onze Minister beslist over de in artikel 2.8a, vijfde lid, van de wetbedoelde toestemming op grond van de in het tweede lid genoemde gronden.
4. Voor een besluit als bedoeld in artikel 2.8a, tweede lid, van de wetis in het geval, bedoeld in het eerste lid, geen toestemming van Onze Minister vereist.
5. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien het gaat om de in artikel 1bedoelde veroordelingen en sancties jegens de vervoerder waarvoor de vervoersmanager werkzaam is.