BWBR0033521
Geldig vanaf 2013-06-16
Artikel 2
Beleidsregel ontheffing leer-werk-traject taxi
1. Een ontheffing wordt op aanvraag verstrekt.
2. Een aanvraag voor een ontheffing wordt mede aangemerkt als zijnde een aanvraag voor een chauffeurskaart.
3. Bij de aanvraag voor een ontheffing worden de volgende documenten overgelegd:
a. een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden;
b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het besluit;
c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee maanden;
d. een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich bij het CBR heeft ingeschreven voor het examen vakbekwaamheid voor het besturen van een taxi, bedoeld in artikel 3 van de regeling;
e. een gezamenlijke verklaring.
4. Een ontheffing wordt verleend voor een periode van vier maanden, gerekend vanaf de datum van verstrekking.
5. Een ontheffing wordt geweigerd indien aan de aanvrager eerder een ontheffing is verstrekt.
2. Een aanvraag voor een ontheffing wordt mede aangemerkt als zijnde een aanvraag voor een chauffeurskaart.
3. Bij de aanvraag voor een ontheffing worden de volgende documenten overgelegd:
a. een rijbewijs als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 dan wel een door het bevoegde gezag buiten Nederland afgegeven rijbewijs, dat geldig is voor het besturen van het motorrijtuig waarmee wordt gereden;
b. een geneeskundige verklaring die niet ouder is dan twee maanden, die voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het besluit;
c. een met het oog op het uitoefenen van het beroep van taxichauffeur verleende verklaring omtrent het gedrag overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee maanden;
d. een bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich bij het CBR heeft ingeschreven voor het examen vakbekwaamheid voor het besturen van een taxi, bedoeld in artikel 3 van de regeling;
e. een gezamenlijke verklaring.
4. Een ontheffing wordt verleend voor een periode van vier maanden, gerekend vanaf de datum van verstrekking.
5. Een ontheffing wordt geweigerd indien aan de aanvrager eerder een ontheffing is verstrekt.