BWBR0033501
Geldig vanaf 12-06-2013
Artikel 7
Beleidsregels tegemoetkoming faunaschade
1. Het bestuur zal een tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 2, slechts verlenen, indien en voor zover naar zijn oordeel de aanvrager de schade niet had kunnen voorkomen en beperken door het treffen van maatregelen of inspanningen waartoe hij naar eisen van redelijkheid en billijkheid was gehouden.
2. Maatregelen of inspanningen ter voorkoming of beperking van schade, waarvan het bestuur meent dat deze naar eisen van redelijkheid en billijkheid door de aanvrager kunnen worden genomen, zijn:
a. voor kwetsbare gewassen de inzet van zowel visuele als akoestische middelen in voldoende aantallen;
b. voor kapitaalintensieve teelten de inzet van een deugdelijk raster als de schade wordt aangericht door diersoorten die staan vermeld onder artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet;
c. voor overige gewassen verjaging door menselijke aanwezigheid;
d. alternatieve middelen waarvan het gebruik vooraf schriftelijk aan het bestuur is voorgelegd en het bestuur daarmee heeft ingestemd.
Ter ondersteuning van de voorgaande maatregelen dient een ontheffing als bedoeld in het derde lid van dit artikel te worden aangevraagd.
3. Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, veroorzaakt door diersoorten genoemd in artikel 4, eerste lid onderdeel a en b van de wet en waarvoor ingevolge artikel 68 van de wet een ontheffing kan worden verleend, wordt slechts toegekend indien:
a. de ontheffing op deugdelijke wijze is aangevraagd en op inhoudelijke gronden door de betreffende provincie is geweigerd;
b. de ontheffing is verleend en er ondanks dat daarvan naar het oordeel van het bestuur op adequate wijze gebruik is gemaakt, bedrijfsmatige schade aan gewassen, teelten of overige producten is opgetreden.
4. Gedurende de periode van 1 oktober tot en met 31 maart, en in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe in de periode van 1 oktober tot en met 30 april, zijn geen maatregelen of inspanningen ter voorkoming of beperking van schade vereist op gronden welke door het provinciaal bestuur zijn aangewezen als foerageergebied voor kolganzen, grauwe ganzen of smienten.
5. Gedurende de periode van 1 oktober tot en met 31 maart, en in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe in de periode van 1 oktober tot en met 30 april, dienen kolganzen, grauwe ganzen of smienten, op gronden met overjarig grasland welke niet door het provinciaal bestuur als foerageergebied voor deze diersoorten zijn aangewezen:
a. Van zonsopkomst tot 12:00 uur ter voorkoming of beperking van schade door menselijke aanwezigheid te worden verjaagd en dient ter ondersteuning van deze verjaging een ontheffing als bedoeld in het derde lid te worden aangevraagd.
b. Voor de periode na 12:00 uur tot zonsondergang dienen kolganzen, grauwe ganzen en smienten te worden verjaagd door menselijke aanwezigheid of het gebruik van één of meer honden of vogelafweerpistolen.
6. Voor gewassen, teelten, overige producten, of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren, welke door de plaats, het moment of de wijze van telen of houden, bijzonder kwetsbaar zijn voor schade veroorzaakt door diersoorten genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel a en b van de wet, kan het bestuur een verhoogd eigen risico instellen.
2. Maatregelen of inspanningen ter voorkoming of beperking van schade, waarvan het bestuur meent dat deze naar eisen van redelijkheid en billijkheid door de aanvrager kunnen worden genomen, zijn:
a. voor kwetsbare gewassen de inzet van zowel visuele als akoestische middelen in voldoende aantallen;
b. voor kapitaalintensieve teelten de inzet van een deugdelijk raster als de schade wordt aangericht door diersoorten die staan vermeld onder artikel 4, eerste lid, onder a, van de wet;
c. voor overige gewassen verjaging door menselijke aanwezigheid;
d. alternatieve middelen waarvan het gebruik vooraf schriftelijk aan het bestuur is voorgelegd en het bestuur daarmee heeft ingestemd.
Ter ondersteuning van de voorgaande maatregelen dient een ontheffing als bedoeld in het derde lid van dit artikel te worden aangevraagd.
3. Een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, veroorzaakt door diersoorten genoemd in artikel 4, eerste lid onderdeel a en b van de wet en waarvoor ingevolge artikel 68 van de wet een ontheffing kan worden verleend, wordt slechts toegekend indien:
a. de ontheffing op deugdelijke wijze is aangevraagd en op inhoudelijke gronden door de betreffende provincie is geweigerd;
b. de ontheffing is verleend en er ondanks dat daarvan naar het oordeel van het bestuur op adequate wijze gebruik is gemaakt, bedrijfsmatige schade aan gewassen, teelten of overige producten is opgetreden.
4. Gedurende de periode van 1 oktober tot en met 31 maart, en in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe in de periode van 1 oktober tot en met 30 april, zijn geen maatregelen of inspanningen ter voorkoming of beperking van schade vereist op gronden welke door het provinciaal bestuur zijn aangewezen als foerageergebied voor kolganzen, grauwe ganzen of smienten.
5. Gedurende de periode van 1 oktober tot en met 31 maart, en in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe in de periode van 1 oktober tot en met 30 april, dienen kolganzen, grauwe ganzen of smienten, op gronden met overjarig grasland welke niet door het provinciaal bestuur als foerageergebied voor deze diersoorten zijn aangewezen:
a. Van zonsopkomst tot 12:00 uur ter voorkoming of beperking van schade door menselijke aanwezigheid te worden verjaagd en dient ter ondersteuning van deze verjaging een ontheffing als bedoeld in het derde lid te worden aangevraagd.
b. Voor de periode na 12:00 uur tot zonsondergang dienen kolganzen, grauwe ganzen en smienten te worden verjaagd door menselijke aanwezigheid of het gebruik van één of meer honden of vogelafweerpistolen.
6. Voor gewassen, teelten, overige producten, of bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren, welke door de plaats, het moment of de wijze van telen of houden, bijzonder kwetsbaar zijn voor schade veroorzaakt door diersoorten genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel a en b van de wet, kan het bestuur een verhoogd eigen risico instellen.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033501
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl