Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. AOW:Algemene Ouderdomswet;
b. Anw:Algemene nabestaandenwet;
c. Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. SVB: Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. rechthebbende: rechthebbende als bedoeld in artikel 2;
f. tegemoetkoming: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.
2. Op deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 1, eerste tot en met zesde lid, en het achtste en negende lid, van de AOW, 1en 3 tot en met 5 van de Anwen het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.
a. AOW:Algemene Ouderdomswet;
b. Anw:Algemene nabestaandenwet;
c. Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
d. SVB: Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
e. rechthebbende: rechthebbende als bedoeld in artikel 2;
f. tegemoetkoming: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3.
2. Op deze regeling zijn van overeenkomstige toepassing de artikelen 1, eerste tot en met zesde lid, en het achtste en negende lid, van de AOW, 1en 3 tot en met 5 van de Anwen het Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998.