BWBR0002221
Geldig vanaf 2006-01-01
Artikel 24a
Algemene Ouderdomswet
1. De Sociale verzekeringsbank kan hetgeen is teruggevorderd op grond van artikel 24, eerste lid, invorderen bij dwangbevel.
2. Artikel 17iis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de pensioengerechtigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>niet te boven is gegaan, de Sociale verzekeringsbank de aflossingsbedragen lager vaststelt.
2. Artikel 17iis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de pensioengerechtigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/475c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>niet te boven is gegaan, de Sociale verzekeringsbank de aflossingsbedragen lager vaststelt.