BWBR0033480
Geldig vanaf 2013-06-05
Artikel 3
Besluit beperkende bepalingen archiefbescheiden archief Bureau Secretaris-generaal 1946–1999
De volgende over te dragen documenten worden geheim gehouden met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Raadpleging door anderen dan in de dossiers genoemde personen, hierna genoemd betrokkenen, is slechts mogelijk na toestemming van de Algemene Rijksarchivaris.
1. Het betreft de inventarisnummers 40, 54, 57, 68, 69, 120, 125, 127, 141, 184, 189, 195, 214, 220, 221, 223, 230, 231, 232, 234, 255, 275, 280, 283, 289, 322, 487, 490, 491, 499, 500, 501, 532, 596, 598, 1057, 1136, 1285, 1501, 1507, 1580, 1652, 1718, 2021 t/m 2024, 2027, en 2044.
2. Toestemming, als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven indien: a de onderzoeker kan aantonen dat betrokkene is overleden;
b de onderzoeker een verklaring van betrokkene kan overleggen waaruit blijkt dat deze toestemming geeft tot inzage;
c er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
a de onderzoeker kan aantonen dat betrokkene is overleden;
b de onderzoeker een verklaring van betrokkene kan overleggen waaruit blijkt dat deze toestemming geeft tot inzage;
c er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
3. Toestemming, als bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege indien een periode van 75 jaar na afsluiting van het betrokken dossier is verstreken.
1. Het betreft de inventarisnummers 40, 54, 57, 68, 69, 120, 125, 127, 141, 184, 189, 195, 214, 220, 221, 223, 230, 231, 232, 234, 255, 275, 280, 283, 289, 322, 487, 490, 491, 499, 500, 501, 532, 596, 598, 1057, 1136, 1285, 1501, 1507, 1580, 1652, 1718, 2021 t/m 2024, 2027, en 2044.
2. Toestemming, als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven indien: a de onderzoeker kan aantonen dat betrokkene is overleden;
b de onderzoeker een verklaring van betrokkene kan overleggen waaruit blijkt dat deze toestemming geeft tot inzage;
c er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
a de onderzoeker kan aantonen dat betrokkene is overleden;
b de onderzoeker een verklaring van betrokkene kan overleggen waaruit blijkt dat deze toestemming geeft tot inzage;
c er in de gevraagde dossiers geen namen van nog levende personen voorkomen.
3. Toestemming, als bedoeld in het eerste lid, blijft achterwege indien een periode van 75 jaar na afsluiting van het betrokken dossier is verstreken.