1. Aan het hoofd Keuringen en de managers Keuringen van de Naktuinbouw wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de regeling;
b. de mededelingen en aanzeggingen, op grond van het besluit, indien de Naktuinbouw de vondst zelf mag afhandelen;
c. het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
d. de toestemmingen en de aanwijzingen, op grond van het besluit, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
e. de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19, van de regeling;
f. het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de regeling;
g. het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de regeling;
h. de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de regeling;
i. de aanzegging, bedoeld in artikel 8 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983.
2. Aan het hoofd Keuringen, de managers Keuringen en de keurmeesters van de Naktuinbouw wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de regeling;
b. het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de regeling;
c. de verklaring, bedoeld in artikel 12b van het besluit;
d. de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de wet en het op verzoek van de minister verrichten van overige werkzaamheden die verband houden met de aanwezigheid van een schadelijk organisme;
e. het verrichten van taken als bedoeld in artikel 15 van de regeling met uitzondering van de afgifte van een fytosanitair certificaat en het eindonderzoek van de voor export gereedstaande zending.
3. Aan het hoofd Keuringen van de Naktuinbouw wordt mandaat en machtiging verleend voor het besluit tot toepassing van
artikel 12, eerste lid, van de wet voor zover het de verplichting tot het verlenen van medewerking van een krachtens
artikel 10 van de wet aangewezen functionaris.
4. Aan het hoofd keuringen van de Naktuinbouw wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in
artikel 93 van de Zaaizaad en plantgoedwet 2005, aangaande het teeltmateriaal van tuinbouwgewassen en landbouwgewassen, alsmede de hiermee samenhangende besluiten.
5. Aan het hoofd Keuringen van de Naktuinbouw wordt tevens machtiging verleend voor de uitgifte van legitimatiebewijzen aan de medewerkers van de Naktuinbouw die zijn aangewezen als toezichthouder als bedoeld in
artikel 10 van de wet.
6. Aan het hoofd Keuringen, de managers Keuringen en de keurmeesters van de Naktuinbouw wordt, ieder voor zich, machtiging verleend voor het mededelen van de uitslagen van de onderzoeken als bedoeld in
artikel 12, eerste lid, van de regeling.
7. Aan de managers Keuringen de keurmeesters en de inspectiemedewerkers bacterievuurcontrole van de Naktuinbouw wordt, ieder voor zich, machtiging verleend voor het kenmerken of het onder verzegeling brengen als bedoeld in
artikel 15 van het besluit.
8. Aan de managers Keuringen en de keurmeesters van de Naktuinbouw wordt, ieder voor zich, machtiging verleend voor het verrichten van overige handelingen als bedoeld in
artikel 20b van de regeling.