BWBR0033358
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel IV
Wijzigingswet Winkelsluitingswet 1976
1. Artikel 3, vijfde lid, van de Winkelsluitingswet 1976 geldt niet met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a, van die wet voorgeschreven gewaarmerkte aankondigingen waarvan tot het in artikel VII, tweede lid, bedoelde tijdstip voor het aangeven van de openingstijden gebruik werd gemaakt.
2. De raden van de gemeenten Baarle-Nassau, Sluis, Putte en Hulst kunnen, indien naar hun oordeel plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding geven, vrijstelling van de in de artikelen 2, eerste lid, onder ben c, en 7 van de Winkelsluitingswet 1976 vervatte verboden verlenen. Deze vrijstelling kan voor de betrokken gemeente of voor enig deel daarvan niet verder gaan dan de vrijstelling die voor die gemeente of voor dat deel gold tot het tijdstip, bedoeld in artikel VII, eerste lid. De artikelen 13, tweede lid, en 14, eerste en derde lid, van de Winkelsluitingswet 1976 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Ingeval op het tijdstip, waarop het in artikel I, onderdeel F, opgenomen vierde lid van artikel 9 van de Winkelsluitingswet 1976 in werking treedt, in een gemeente overeenkomstig een tot dat tijdstip geldende verordening meer winkels als in dat lid bedoeld bestaan dan waarvoor op grond van de derde volzin van dat lid ontheffing kan worden verleend, geldt die volzin niet met betrekking tot die bestaande winkels.
2. De raden van de gemeenten Baarle-Nassau, Sluis, Putte en Hulst kunnen, indien naar hun oordeel plaatselijke omstandigheden daartoe aanleiding geven, vrijstelling van de in de artikelen 2, eerste lid, onder ben c, en 7 van de Winkelsluitingswet 1976 vervatte verboden verlenen. Deze vrijstelling kan voor de betrokken gemeente of voor enig deel daarvan niet verder gaan dan de vrijstelling die voor die gemeente of voor dat deel gold tot het tijdstip, bedoeld in artikel VII, eerste lid. De artikelen 13, tweede lid, en 14, eerste en derde lid, van de Winkelsluitingswet 1976 zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Ingeval op het tijdstip, waarop het in artikel I, onderdeel F, opgenomen vierde lid van artikel 9 van de Winkelsluitingswet 1976 in werking treedt, in een gemeente overeenkomstig een tot dat tijdstip geldende verordening meer winkels als in dat lid bedoeld bestaan dan waarvoor op grond van de derde volzin van dat lid ontheffing kan worden verleend, geldt die volzin niet met betrekking tot die bestaande winkels.