BWBR0033347
Geldig vanaf 2014-12-08
Artikel 4
Regeling openstellingen groen onderwijs 2013
1. De minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten gericht op de versterking van de arbeidsmarkt in de sectoren landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, in het bijzonder in relatie tot de topsectoren Agro-Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, door het ontwikkelen en versterken van aanbod voor postinitieel onderwijs.
2. De subsidie kan worden aangevraagd door de agrarische opleidingscentra, door de hogescholen en door organisaties van het bedrijfsleven.
3. Het subsidieplafond bedraagt € 250.000 voor het jaar 2013.
4. De aanvragen kunnen worden gedaan onder de volgende voorwaarden:
a. indien de aanvrager een agrarisch opleidingscentrum of een hogeschool is, is deze een samenwerking aangegaan met minstens één bedrijf of organisatie van het bedrijfsleven. Indien de aanvrager een organisatie van het bedrijfsleven is, is deze een samenwerking aangegaan met minstens één instelling. Bij de aanvraag wordt de getekende samenwerkingsovereenkomst gevoegd, welke ten minste het doel van de samenwerking, de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden, de organisatie van de gezamenlijke activiteiten en een begroting van kosten en baten omvat;
b. de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de begrote kosten;
c. de bijdrage in de financiering door ten minste één bedrijf of één organisatie namens het bedrijfsleven bedraagt ten minste 25% van de begrote kosten.
2. De subsidie kan worden aangevraagd door de agrarische opleidingscentra, door de hogescholen en door organisaties van het bedrijfsleven.
3. Het subsidieplafond bedraagt € 250.000 voor het jaar 2013.
4. De aanvragen kunnen worden gedaan onder de volgende voorwaarden:
a. indien de aanvrager een agrarisch opleidingscentrum of een hogeschool is, is deze een samenwerking aangegaan met minstens één bedrijf of organisatie van het bedrijfsleven. Indien de aanvrager een organisatie van het bedrijfsleven is, is deze een samenwerking aangegaan met minstens één instelling. Bij de aanvraag wordt de getekende samenwerkingsovereenkomst gevoegd, welke ten minste het doel van de samenwerking, de verdeling van de taken en verantwoordelijkheden, de organisatie van de gezamenlijke activiteiten en een begroting van kosten en baten omvat;
b. de subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de begrote kosten;
c. de bijdrage in de financiering door ten minste één bedrijf of één organisatie namens het bedrijfsleven bedraagt ten minste 25% van de begrote kosten.