BWBR0033338
Geldig vanaf 2013-04-30
Artikel 2
Besluit tot beperking toegankelijkheid gebieden ex artikel 20 Natuurbeschermingswet 1998, gelegen binnen de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Vlakte van de Raan
De toegang tot de binnen het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone gelegen zone I-gebieden wordt beperkt in die zin dat het gedurende het gehele jaar verboden is in of boven deze gebieden activiteiten van welke aard ook te verrichten, met uitzondering van de hierna genoemde activiteiten:
a) met betrekking tot visserij: – sleepnetvisserij noodzakelijk ter uitvoering van onderzoek in onderzoeksgebieden.
– sleepnetvisserij noodzakelijk ter uitvoering van onderzoek in onderzoeksgebieden.
b) met betrekking tot schelpenwinning: – schelpenwinning tot 1 januari 2014, echter alleen in de periode 1 april tot 1 november en enkel conform de tot die datum geldende concessiegebieden.
– schelpenwinning tot 1 januari 2014, echter alleen in de periode 1 april tot 1 november en enkel conform de tot die datum geldende concessiegebieden.
c) met betrekking tot aanleg en onderhoud van kabels en (pijp)leidingen: – aanleg van kabels en (pijp)leidingen, alsmede het onderhoud ervan, beide mits vergund op grond van de Natuur(beschermings)wet;
– in de periode van 1 november tot 1 april is onderhoud aan kabels en (pijp)leidingen alleen toegestaan ingeval van calamiteit dan wel in andere gevallen van dringende noodzaak, zulks ter beoordeling vooraf door het bevoegd gezag en onder eventuele nader voorgeschreven bepalingen.
– aanleg van kabels en (pijp)leidingen, alsmede het onderhoud ervan, beide mits vergund op grond van de Natuur(beschermings)wet;
– in de periode van 1 november tot 1 april is onderhoud aan kabels en (pijp)leidingen alleen toegestaan ingeval van calamiteit dan wel in andere gevallen van dringende noodzaak, zulks ter beoordeling vooraf door het bevoegd gezag en onder eventuele nader voorgeschreven bepalingen.
d) met betrekking tot vaartuigen: – onverlet onderdeel a), tot de vaststelling van het beheerplan Noordzeekustzone het gehele jaar toegankelijk voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– de zone I-gebieden, uitgezonderd het zone I-gebied ter hoogte van Petten, alleen toegankelijk in de periode 1 april tot 1 november voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is. Het doorvaartverbod tussen 1 november en 1 april wordt van kracht met ingang van de vaststelling van het beheerplan;
– enkel in het zone I-gebied ter hoogte van Petten is er gedurende het gehele jaar voor alle vaartuigen de mogelijkheid tot doorvaart dicht onder de kust, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– met ingang van de vaststelling van het beheerplan is doorvaart voor zandsuppletievaartuigen van 1 november tot 1 april mogelijk via een variabele corridor, waarvan de exacte locatie afhankelijk is van de ligging van het zandwingebied en de te bereiken suppletielocatie en de aanwezigheid van concentraties zee-eenden. De ligging van de variabele corridor wordt in overleg met het bevoegde gezag vastgesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat de vaarafstand tussen het zandwingebied en de suppletielocatie zo kort mogelijk is met dien verstande dat er een afstand van 1500 meter in acht wordt genomen ten opzichte van concentraties zee-eenden;
– scheepvaart (doorvaart) in het deel dat overlapt met betonde of te betonnen scheepvaartroutes en met betrekking tot zone I gebied boven Rottum, voor zover het deel dat overlapt met het verdragsgebied Eems-Dollard.
– onverlet onderdeel a), tot de vaststelling van het beheerplan Noordzeekustzone het gehele jaar toegankelijk voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– de zone I-gebieden, uitgezonderd het zone I-gebied ter hoogte van Petten, alleen toegankelijk in de periode 1 april tot 1 november voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is. Het doorvaartverbod tussen 1 november en 1 april wordt van kracht met ingang van de vaststelling van het beheerplan;
– enkel in het zone I-gebied ter hoogte van Petten is er gedurende het gehele jaar voor alle vaartuigen de mogelijkheid tot doorvaart dicht onder de kust, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– met ingang van de vaststelling van het beheerplan is doorvaart voor zandsuppletievaartuigen van 1 november tot 1 april mogelijk via een variabele corridor, waarvan de exacte locatie afhankelijk is van de ligging van het zandwingebied en de te bereiken suppletielocatie en de aanwezigheid van concentraties zee-eenden. De ligging van de variabele corridor wordt in overleg met het bevoegde gezag vastgesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat de vaarafstand tussen het zandwingebied en de suppletielocatie zo kort mogelijk is met dien verstande dat er een afstand van 1500 meter in acht wordt genomen ten opzichte van concentraties zee-eenden;
– scheepvaart (doorvaart) in het deel dat overlapt met betonde of te betonnen scheepvaartroutes en met betrekking tot zone I gebied boven Rottum, voor zover het deel dat overlapt met het verdragsgebied Eems-Dollard.
e) met betrekking tot vliegverkeer: – burgerluchtvaartverkeer vliegend boven 300 meter conform ‘Gedragscode verantwoord vliegen’ en vliegend boven 450 meter zodra dit wettelijk wordt verplicht.
– burgerluchtvaartverkeer vliegend boven 300 meter conform ‘Gedragscode verantwoord vliegen’ en vliegend boven 450 meter zodra dit wettelijk wordt verplicht.
a) met betrekking tot visserij: – sleepnetvisserij noodzakelijk ter uitvoering van onderzoek in onderzoeksgebieden.
– sleepnetvisserij noodzakelijk ter uitvoering van onderzoek in onderzoeksgebieden.
b) met betrekking tot schelpenwinning: – schelpenwinning tot 1 januari 2014, echter alleen in de periode 1 april tot 1 november en enkel conform de tot die datum geldende concessiegebieden.
– schelpenwinning tot 1 januari 2014, echter alleen in de periode 1 april tot 1 november en enkel conform de tot die datum geldende concessiegebieden.
c) met betrekking tot aanleg en onderhoud van kabels en (pijp)leidingen: – aanleg van kabels en (pijp)leidingen, alsmede het onderhoud ervan, beide mits vergund op grond van de Natuur(beschermings)wet;
– in de periode van 1 november tot 1 april is onderhoud aan kabels en (pijp)leidingen alleen toegestaan ingeval van calamiteit dan wel in andere gevallen van dringende noodzaak, zulks ter beoordeling vooraf door het bevoegd gezag en onder eventuele nader voorgeschreven bepalingen.
– aanleg van kabels en (pijp)leidingen, alsmede het onderhoud ervan, beide mits vergund op grond van de Natuur(beschermings)wet;
– in de periode van 1 november tot 1 april is onderhoud aan kabels en (pijp)leidingen alleen toegestaan ingeval van calamiteit dan wel in andere gevallen van dringende noodzaak, zulks ter beoordeling vooraf door het bevoegd gezag en onder eventuele nader voorgeschreven bepalingen.
d) met betrekking tot vaartuigen: – onverlet onderdeel a), tot de vaststelling van het beheerplan Noordzeekustzone het gehele jaar toegankelijk voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– de zone I-gebieden, uitgezonderd het zone I-gebied ter hoogte van Petten, alleen toegankelijk in de periode 1 april tot 1 november voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is. Het doorvaartverbod tussen 1 november en 1 april wordt van kracht met ingang van de vaststelling van het beheerplan;
– enkel in het zone I-gebied ter hoogte van Petten is er gedurende het gehele jaar voor alle vaartuigen de mogelijkheid tot doorvaart dicht onder de kust, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– met ingang van de vaststelling van het beheerplan is doorvaart voor zandsuppletievaartuigen van 1 november tot 1 april mogelijk via een variabele corridor, waarvan de exacte locatie afhankelijk is van de ligging van het zandwingebied en de te bereiken suppletielocatie en de aanwezigheid van concentraties zee-eenden. De ligging van de variabele corridor wordt in overleg met het bevoegde gezag vastgesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat de vaarafstand tussen het zandwingebied en de suppletielocatie zo kort mogelijk is met dien verstande dat er een afstand van 1500 meter in acht wordt genomen ten opzichte van concentraties zee-eenden;
– scheepvaart (doorvaart) in het deel dat overlapt met betonde of te betonnen scheepvaartroutes en met betrekking tot zone I gebied boven Rottum, voor zover het deel dat overlapt met het verdragsgebied Eems-Dollard.
– onverlet onderdeel a), tot de vaststelling van het beheerplan Noordzeekustzone het gehele jaar toegankelijk voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– de zone I-gebieden, uitgezonderd het zone I-gebied ter hoogte van Petten, alleen toegankelijk in de periode 1 april tot 1 november voor alle vaartuigen, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is. Het doorvaartverbod tussen 1 november en 1 april wordt van kracht met ingang van de vaststelling van het beheerplan;
– enkel in het zone I-gebied ter hoogte van Petten is er gedurende het gehele jaar voor alle vaartuigen de mogelijkheid tot doorvaart dicht onder de kust, echter zonder te vissen, waarbij het vistuig zodanig verpakt of in zodanige toestand dat dadelijk gebruik ervan niet mogelijk is;
– met ingang van de vaststelling van het beheerplan is doorvaart voor zandsuppletievaartuigen van 1 november tot 1 april mogelijk via een variabele corridor, waarvan de exacte locatie afhankelijk is van de ligging van het zandwingebied en de te bereiken suppletielocatie en de aanwezigheid van concentraties zee-eenden. De ligging van de variabele corridor wordt in overleg met het bevoegde gezag vastgesteld, waarbij als uitgangspunt geldt dat de vaarafstand tussen het zandwingebied en de suppletielocatie zo kort mogelijk is met dien verstande dat er een afstand van 1500 meter in acht wordt genomen ten opzichte van concentraties zee-eenden;
– scheepvaart (doorvaart) in het deel dat overlapt met betonde of te betonnen scheepvaartroutes en met betrekking tot zone I gebied boven Rottum, voor zover het deel dat overlapt met het verdragsgebied Eems-Dollard.
e) met betrekking tot vliegverkeer: – burgerluchtvaartverkeer vliegend boven 300 meter conform ‘Gedragscode verantwoord vliegen’ en vliegend boven 450 meter zodra dit wettelijk wordt verplicht.
– burgerluchtvaartverkeer vliegend boven 300 meter conform ‘Gedragscode verantwoord vliegen’ en vliegend boven 450 meter zodra dit wettelijk wordt verplicht.