BWBR0033333
Geldig vanaf 2013-05-01
Artikel 4
Omzettingsregeling luchthaven Rotterdam The Hague Airport
1. Het gebruik of het doen of laten gebruiken van de luchthaven is niet toegestaan:
a. in de periode van 18.00 uur tot 08.00 uur plaatselijke tijd: voor de starts en landingen met hoofdstuk 2-vliegtuigen en met hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden minder is dan 5 EPN dB;
b. in de periode van 23.00 uur tot 07.00 uur plaatselijke tijd: voor starts en landingen met luchtvaartuigen, niet zijnde hoofdstuk 2-vliegtuigen en hoofdstuk 3-vliegtuigen als bedoeld onder a.
2. Het eerste lid geldt niet voor:
a. luchtvaartuigen die in nood verkeren of die ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening zijn of worden ingezet;
b. het uitvoeren van landingen met luchtvaartuigen waarbij sprake is van technische storingen of bijzondere meteorologische condities, waarbij uitwijken naar de luchthaven gerechtvaardigd is.
3. Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet in de periode van 18.00 uur tot 23.00 uur en in de periode van 07.00 uur tot 08.00 uur plaatselijke tijd, voor hoofdstuk 2- of hoofdstuk 3-vliegtuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 34 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type vliegtuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagierstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend.
4. Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor:
a. luchtvaartuigen die gebruikt worden ten behoeve van de Politie en Kustwacht;
b. het uitvoeren van landingen tussen 23.00 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd door vluchten die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van: 1°. onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van het vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden, of
2°. vertragingen veroorzaakt door toekenning van ATC-slots;
1°. onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van het vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden, of
2°. vertragingen veroorzaakt door toekenning van ATC-slots;
c. het uitvoeren van starts tussen 23.00 uur en 24.00 uur door vluchten die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten vertrekken, voor zover sprake is van: 1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden die een vertraging van de start volgens het schema rechtvaardigen; of
3°. een zodanige toekenning van ATC-slots op de luchthaven van bestemming dat de vlucht bij een vertrek vóór 23.00 uur plaatselijke tijd kunstmatig lang zou worden;
1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden die een vertraging van de start volgens het schema rechtvaardigen; of
3°. een zodanige toekenning van ATC-slots op de luchthaven van bestemming dat de vlucht bij een vertrek vóór 23.00 uur plaatselijke tijd kunstmatig lang zou worden;
d. spoedeisende vluchten voor het transport van zieken, gewonden, organen of medische hulpmiddelen;
e. positievluchten waarvan de landing na 6.00 uur plaatselijke tijd op de luchthaven plaatsvindt;
f. zakelijke overlandvluchten met luchtvaartuigen ingericht voor personenvervoer met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 45 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type luchtvaartuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagiersstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend;
g. het uitvoeren van landingen in de periode van 23.00 uur tot 24.00 uur plaatselijke tijd door: 1°. hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
2°. hoofdstuk 5-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
3°. hoofdstuk 4-vliegtuigen; of
4°. door een turboprop aangedreven vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa tussen de 6000 en 9000 kg;
1°. hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
2°. hoofdstuk 5-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
3°. hoofdstuk 4-vliegtuigen; of
4°. door een turboprop aangedreven vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa tussen de 6000 en 9000 kg;
h. het uitvoeren van landingen in de periode van 24.00 uur tot 01.00 uur plaatselijke tijd door in onderdeel g genoemde vliegtuigen die volgens schema eerder dan 24.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van: 1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de landing rechtvaardigen; of
3°. een onverwachte vertraging veroorzaakt door toekenning van een ATC-slot op de luchthaven van vertrek;
1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de landing rechtvaardigen; of
3°. een onverwachte vertraging veroorzaakt door toekenning van een ATC-slot op de luchthaven van vertrek;
i. regeringsvluchten ten behoeve van personenvervoer.
a. in de periode van 18.00 uur tot 08.00 uur plaatselijke tijd: voor de starts en landingen met hoofdstuk 2-vliegtuigen en met hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden minder is dan 5 EPN dB;
b. in de periode van 23.00 uur tot 07.00 uur plaatselijke tijd: voor starts en landingen met luchtvaartuigen, niet zijnde hoofdstuk 2-vliegtuigen en hoofdstuk 3-vliegtuigen als bedoeld onder a.
2. Het eerste lid geldt niet voor:
a. luchtvaartuigen die in nood verkeren of die ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening zijn of worden ingezet;
b. het uitvoeren van landingen met luchtvaartuigen waarbij sprake is van technische storingen of bijzondere meteorologische condities, waarbij uitwijken naar de luchthaven gerechtvaardigd is.
3. Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet in de periode van 18.00 uur tot 23.00 uur en in de periode van 07.00 uur tot 08.00 uur plaatselijke tijd, voor hoofdstuk 2- of hoofdstuk 3-vliegtuigen met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 34 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type vliegtuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagierstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend.
4. Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor:
a. luchtvaartuigen die gebruikt worden ten behoeve van de Politie en Kustwacht;
b. het uitvoeren van landingen tussen 23.00 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd door vluchten die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van: 1°. onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van het vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden, of
2°. vertragingen veroorzaakt door toekenning van ATC-slots;
1°. onverwachte vertragende omstandigheden, die op het moment van het vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden, of
2°. vertragingen veroorzaakt door toekenning van ATC-slots;
c. het uitvoeren van starts tussen 23.00 uur en 24.00 uur door vluchten die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten vertrekken, voor zover sprake is van: 1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden die een vertraging van de start volgens het schema rechtvaardigen; of
3°. een zodanige toekenning van ATC-slots op de luchthaven van bestemming dat de vlucht bij een vertrek vóór 23.00 uur plaatselijke tijd kunstmatig lang zou worden;
1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden die een vertraging van de start volgens het schema rechtvaardigen; of
3°. een zodanige toekenning van ATC-slots op de luchthaven van bestemming dat de vlucht bij een vertrek vóór 23.00 uur plaatselijke tijd kunstmatig lang zou worden;
d. spoedeisende vluchten voor het transport van zieken, gewonden, organen of medische hulpmiddelen;
e. positievluchten waarvan de landing na 6.00 uur plaatselijke tijd op de luchthaven plaatsvindt;
f. zakelijke overlandvluchten met luchtvaartuigen ingericht voor personenvervoer met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 45 ton, waarvan de maximale binnenruimte waarvoor het bepaalde type luchtvaartuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagiersstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend;
g. het uitvoeren van landingen in de periode van 23.00 uur tot 24.00 uur plaatselijke tijd door: 1°. hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
2°. hoofdstuk 5-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
3°. hoofdstuk 4-vliegtuigen; of
4°. door een turboprop aangedreven vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa tussen de 6000 en 9000 kg;
1°. hoofdstuk 3-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
2°. hoofdstuk 5-vliegtuigen waarvan het verschil tussen de som van de gecertificeerde geluidsniveaus en de som van de hoofdstuk 3 limietwaarden groter of gelijk is aan 10 EPN dB;
3°. hoofdstuk 4-vliegtuigen; of
4°. door een turboprop aangedreven vliegtuigen met een maximaal toegelaten startmassa tussen de 6000 en 9000 kg;
h. het uitvoeren van landingen in de periode van 24.00 uur tot 01.00 uur plaatselijke tijd door in onderdeel g genoemde vliegtuigen die volgens schema eerder dan 24.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van: 1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de landing rechtvaardigen; of
3°. een onverwachte vertraging veroorzaakt door toekenning van een ATC-slot op de luchthaven van vertrek;
1°. een technische storing van het luchtvaartuig dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;
2°. extreme meteorologische omstandigheden, die een vertraging van de landing rechtvaardigen; of
3°. een onverwachte vertraging veroorzaakt door toekenning van een ATC-slot op de luchthaven van vertrek;
i. regeringsvluchten ten behoeve van personenvervoer.