BWBR0033314
Geldig vanaf 01-04-2011
Artikel 7
Beleidsregels aanwijzen accountantsopleidingen
1. Indien CEA voornemens is een negatief besluit te nemen op een aanvraag stelt zij de aanvrager in beginsel in de gelegenheid hierop te reageren.
2. Het aanwijzingsbesluit vermeldt de datum van inwerkingtreding van het besluit, de voorwaarden en voorschriften die van toepassing zijn op het aanwijzingsbesluit en een nauwkeurige beschrijving van de opleiding in termen van vakgebieden en studielast, ter identificatie van de opleiding.
3. Een besluit tot aanwijzing van een opleiding heeft een beperkte geldigheidsduur van maximaal 4 jaar, tenzij het een eerste aanwijzing betreft. De eerste aanwijzing van een opleiding heeft een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar.
4. De geldigheid van een aanwijzing vervalt indien een opleiding een jaar na de datum van de aanwijzing de opleiding niet verzorgd heeft. Voor het opnieuw verkrijgen van een aanwijzing dient de betreffende opleiding een nieuwe aanvraag voor een aanwijzing bij CEA in overeenkomstig de bepalingen van deze beleidsregels.
5. Indien de geldigheidsduur van een aanwijzing ten einde loopt, dient de opleiding tijdig, dat wil zeggen uiterlijk 6 maanden voor het verstrijken van die geldigheidsduur, een nieuwe aanvraag voor aanwijzing bij CEA in.
6. Aan de aanwijzing worden in elk geval de volgende voorschriften verbonden:
a. dat de opleiding voldoende maatregelen neemt om er voor te zorgen dat zij gedurende de looptijd van de aanwijzing blijft voldoen aan de aspecten en criteria van het toezichtkader;
b. dat de opleiding alle medewerking aan CEA verleent die nodig is om te controleren of de aspecten en criteria zoals genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels en de aan de aanwijzing verbonden voorwaarden en/of voorschriften worden nageleefd. Deze medewerking omvat in ieder geval het op verzoek van de CEA verstrekken van alle relevante gegevens en bescheiden over de opleiding die een aanwijzing heeft van CEA en het periodiek meewerken aan een beleidsgesprek met CEA;
c. dat de opleiding alle wijzigingen die relevant (kunnen) zijn voor de verstrekte aanwijzing, terstond aan CEA kenbaar maakt, voorzien van alle informatie die CEA nodig heeft om de gevolgen van de wijziging(en) te kunnen beoordelen;
d. dat de opleiding incidenten en bijzondere gebeurtenissen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de opleiding terstond bij CEA meldt. De melding omvat in ieder geval een aanduiding van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de datum van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de maatregel(en) die de opleiding heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en). Nadere informatie over het melden van incidenten en bijzondere gebeurtenissen is te vinden op de website van CEA www.ceaweb.nl.
7. Een besluit tot aanwijzing van een opleiding kan door CEA tijdelijk, voorwaardelijk, geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, indien CEA van oordeel is dat de opleiding op onderdelen niet of niet meer voldoet aan de criteria zoals bepaald in artikel 6 van deze beleidsregels, aan de aan de aanwijzing verbonden voorwaarden of indien de opleiding haar medewerking zoals bedoeld in het zesde lid van dit artikel onthoudt, of indien de opleiding aantoonbaar in strijd handelt met de bepalingen van artikel 8 van deze beleidsregels.
8. Een aanwijzing is niet overdraagbaar.
2. Het aanwijzingsbesluit vermeldt de datum van inwerkingtreding van het besluit, de voorwaarden en voorschriften die van toepassing zijn op het aanwijzingsbesluit en een nauwkeurige beschrijving van de opleiding in termen van vakgebieden en studielast, ter identificatie van de opleiding.
3. Een besluit tot aanwijzing van een opleiding heeft een beperkte geldigheidsduur van maximaal 4 jaar, tenzij het een eerste aanwijzing betreft. De eerste aanwijzing van een opleiding heeft een geldigheidsduur van maximaal 2 jaar.
4. De geldigheid van een aanwijzing vervalt indien een opleiding een jaar na de datum van de aanwijzing de opleiding niet verzorgd heeft. Voor het opnieuw verkrijgen van een aanwijzing dient de betreffende opleiding een nieuwe aanvraag voor een aanwijzing bij CEA in overeenkomstig de bepalingen van deze beleidsregels.
5. Indien de geldigheidsduur van een aanwijzing ten einde loopt, dient de opleiding tijdig, dat wil zeggen uiterlijk 6 maanden voor het verstrijken van die geldigheidsduur, een nieuwe aanvraag voor aanwijzing bij CEA in.
6. Aan de aanwijzing worden in elk geval de volgende voorschriften verbonden:
a. dat de opleiding voldoende maatregelen neemt om er voor te zorgen dat zij gedurende de looptijd van de aanwijzing blijft voldoen aan de aspecten en criteria van het toezichtkader;
b. dat de opleiding alle medewerking aan CEA verleent die nodig is om te controleren of de aspecten en criteria zoals genoemd in artikel 6 van deze beleidsregels en de aan de aanwijzing verbonden voorwaarden en/of voorschriften worden nageleefd. Deze medewerking omvat in ieder geval het op verzoek van de CEA verstrekken van alle relevante gegevens en bescheiden over de opleiding die een aanwijzing heeft van CEA en het periodiek meewerken aan een beleidsgesprek met CEA;
c. dat de opleiding alle wijzigingen die relevant (kunnen) zijn voor de verstrekte aanwijzing, terstond aan CEA kenbaar maakt, voorzien van alle informatie die CEA nodig heeft om de gevolgen van de wijziging(en) te kunnen beoordelen;
d. dat de opleiding incidenten en bijzondere gebeurtenissen die van wezenlijke invloed kunnen zijn op de kwaliteit en/of samenstelling van de opleiding terstond bij CEA meldt. De melding omvat in ieder geval een aanduiding van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de datum van het incident of de bijzondere gebeurtenis, de maatregel(en) die de opleiding heeft getroffen of zal gaan treffen, inclusief het tijdstip van de maatregel(en). Nadere informatie over het melden van incidenten en bijzondere gebeurtenissen is te vinden op de website van CEA www.ceaweb.nl.
7. Een besluit tot aanwijzing van een opleiding kan door CEA tijdelijk, voorwaardelijk, geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken, indien CEA van oordeel is dat de opleiding op onderdelen niet of niet meer voldoet aan de criteria zoals bepaald in artikel 6 van deze beleidsregels, aan de aan de aanwijzing verbonden voorwaarden of indien de opleiding haar medewerking zoals bedoeld in het zesde lid van dit artikel onthoudt, of indien de opleiding aantoonbaar in strijd handelt met de bepalingen van artikel 8 van deze beleidsregels.
8. Een aanwijzing is niet overdraagbaar.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033314
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl