BWBR0033313
Geldig vanaf 22-09-2011
Artikel 8
Beleidsregels aanwijzen accountantsopleidingen
1. CEA verbindt in beginsel steeds voorschriften aan de aanwijzing die zien op uitingen omtrent de verleende aanwijzing, welke voorschriften tenminste inhouden dat het een opleiding is toegestaan bekendheid te geven aan een besluit tot aanwijzing van die opleiding door CEA, mits de hiernavolgende bepalingen daarbij in acht worden genomen.
2. Uit de publicatie moet duidelijk blijken welke opleiding is aangewezen. De uiting mag niet de indruk wekken dat de aanwijzing zich uitstrekt tot andere opleidingen, vooropleidingen en/of vervolgopleidingen.
3. De uitingen dienen nauwkeurig en in overeenstemming met de wet en de tekst van het aanwijzingsbesluit te zijn. De opleiding mag geen onjuiste verwachtingen wekken bij (potentiële) studenten of anderen over de reikwijdte van het besluit tot aanwijzing of de mogelijkheden tot inschrijving in de accountantsregisters van NOvAA en NIVRA na voltooiing van de opleiding, welke inschrijving volledig voorbehouden is aan de besturen van betreffende beroepsorganisaties.
4. Indien CEA van mening is dat een publieke uiting in strijd is met de bepalingen van deze beleidsregels kan zij de opleiding verzoeken de uiting aan te passen en/of ongedaan te maken dan wel te (doen) rectificeren. De opleiding dient aan een dergelijk verzoek van CEA terstond gevolg te geven.
5. Indien de CEA een eerder verstrekte aanwijzing tijdelijk of geheel heeft ingetrokken, dient de opleiding alle uitingen ter zake van het besluit tot aanwijzing terstond te staken en (potentiële) studenten en/of andere betrokkenen te informeren dat de aanwijzing niet meer van kracht is en welke gevolgen dit heeft voor betreffende (potentiële) studenten.
6. Het gebruik van het CEA-logo bij uitingen over een aanwijzingsbesluit is niet toegestaan.
2. Uit de publicatie moet duidelijk blijken welke opleiding is aangewezen. De uiting mag niet de indruk wekken dat de aanwijzing zich uitstrekt tot andere opleidingen, vooropleidingen en/of vervolgopleidingen.
3. De uitingen dienen nauwkeurig en in overeenstemming met de wet en de tekst van het aanwijzingsbesluit te zijn. De opleiding mag geen onjuiste verwachtingen wekken bij (potentiële) studenten of anderen over de reikwijdte van het besluit tot aanwijzing of de mogelijkheden tot inschrijving in de accountantsregisters van NOvAA en NIVRA na voltooiing van de opleiding, welke inschrijving volledig voorbehouden is aan de besturen van betreffende beroepsorganisaties.
4. Indien CEA van mening is dat een publieke uiting in strijd is met de bepalingen van deze beleidsregels kan zij de opleiding verzoeken de uiting aan te passen en/of ongedaan te maken dan wel te (doen) rectificeren. De opleiding dient aan een dergelijk verzoek van CEA terstond gevolg te geven.
5. Indien de CEA een eerder verstrekte aanwijzing tijdelijk of geheel heeft ingetrokken, dient de opleiding alle uitingen ter zake van het besluit tot aanwijzing terstond te staken en (potentiële) studenten en/of andere betrokkenen te informeren dat de aanwijzing niet meer van kracht is en welke gevolgen dit heeft voor betreffende (potentiële) studenten.
6. Het gebruik van het CEA-logo bij uitingen over een aanwijzingsbesluit is niet toegestaan.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033313
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl