BWBR0033309
Geldig vanaf 24-09-2004
Artikel 4
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Centraal Bureau voor de Statistiek
1. Aan de plaatsvervangend directeurgeneraal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor alle aangelegenheden betreffende de statistiek, het statistisch proces, het statistisch programma alsmede nationale en internationale externe betrekkingen met uitzondering van de krachtens artikel 3 aan de directeur-generaal voorbehouden aangelegenheden.
2. Aan het lid van de Raad van Bestuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor alle aangelegenheden betreffende financiën, personeel en organisatie, facilitaire zaken en overleg met de ondernemingsraad, met uitzondering van de krachtens artikel 3 aan de directeur-generaal voorbehouden aangelegenheden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, de plaatsvervangend directeurgeneraal diens taken en bevoegdheden waar, met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in het tweede lid van dit artikel en de aangelegenheden omschreven in artikel 3, aanhef en onder c, e en f.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, het lid van de raad van bestuur, naast de taken en bevoegdheden als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de taken en bevoegdheden van de directeur generaal waar als omschreven in artikel 3, aanhef en onder c, e en f.
5. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal en één van de twee overige leden van de raad van bestuur neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, het aanwezige lid van de raad van bestuur alle taken en bevoegdheden van de directeur-generaal waar.
2. Aan het lid van de Raad van Bestuur wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor alle aangelegenheden betreffende financiën, personeel en organisatie, facilitaire zaken en overleg met de ondernemingsraad, met uitzondering van de krachtens artikel 3 aan de directeur-generaal voorbehouden aangelegenheden.
3. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, de plaatsvervangend directeurgeneraal diens taken en bevoegdheden waar, met uitzondering van de aangelegenheden bedoeld in het tweede lid van dit artikel en de aangelegenheden omschreven in artikel 3, aanhef en onder c, e en f.
4. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, het lid van de raad van bestuur, naast de taken en bevoegdheden als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de taken en bevoegdheden van de directeur generaal waar als omschreven in artikel 3, aanhef en onder c, e en f.
5. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur-generaal en één van de twee overige leden van de raad van bestuur neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, het aanwezige lid van de raad van bestuur alle taken en bevoegdheden van de directeur-generaal waar.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033309
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl