BWBR0033299
Geldig vanaf 18-04-2013
Artikel 6
Beleidsregels aanwijzen accountantsopleidingen
1. Een opleiding komt in aanmerking voor een aanwijzing van CEA indien deze opleiding:
a. voornemens is de opleiding binnen een jaar na het moment van de aanvraag van de aanwijzing aan te bieden en daadwerkelijk te verzorgen, en
b. minimaal de kennis en vaardigheden omvat die nodig zijn om de eindtermen van de volgende vakgebieden te bereiken: i. Audit & Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
i. Audit & Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
c. aantoont dat de door CEA vastgestelde eindtermen op eindniveau in het curriculum en de examinering van de opleiding heeft opgenomen, en
d. aantoont dat het voldoet aan de aspecten en criteria van het toezichtkader, en
e. participeert in een systeem van landelijke examens met een landelijk examenreglement, waarop naar het oordeel van CEA adequaat toezicht wordt gehouden, en
f. de geldigheidsduur van tentamens, examens en studiefasen heeft geregeld en wel zodanig dat deze geldigheidsduur voor de eindtermen van de onderstaande vakgebieden maximaal 6 jaar bedraagt: i. Audit en Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
iv. Belastingrecht (alleen voor aanwijzing van opleidingen die recht geven op inschrijving als Accountant-Administratieconsulent).
i. Audit en Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
iv. Belastingrecht (alleen voor aanwijzing van opleidingen die recht geven op inschrijving als Accountant-Administratieconsulent).
g. een theoretisch getuigschrift uitreikt aan studenten die met goed gevolg de opleiding als bedoeld in artikel 46 Wab met uitzondering van de eindtermen van de praktijkopleiding hebben voltooid;
h. voldoende waarborgen biedt voor het in continuïteit verzorgen van de opleiding zodat ingeschreven studenten in staat worden gesteld alle kennis en vaardigheden op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn, en
i. toezegt haar medewerking te verlenen aan het doorlopende toezicht op de opleiding, waaronder periodieke controles door de CEA en periodieke gesprekken tussen de opleiding en CEA.
2. Indien de aanbieder van een opleiding het volledige onderwijsprogramma op meerdere locaties verzorgt dan dient voor elke locatie afzonderlijk een aanwijzing aangevraagd te worden, tenzij de opleiding op alle locaties identiek is. Een opleiding op meerdere locaties wordt als identiek aangemerkt indien het onderwijsprogramma, de toetsing en de docenten identiek zijn en de organisatorische aansturing door dezelfde persoon of groep van personen plaatsvindt.
3. Indien de aanbieder van een opleiding de opleiding in meerdere varianten aanbiedt (voltijd, deeltijd, duaal), dient voor elke variant afzonderlijk een aanwijzing aangevraagd te worden.
4. CEA neemt alleen aanvragen voor aanwijzing van Nederlandse accountants-opleidingen in behandeling.
a. Er is in ieder geval geen sprake van een Nederlandse accountantsopleiding als: i. de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is;
ii. de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen;
iii. de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt.
i. de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is;
ii. de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen;
iii. de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt.
b. Voorts bepaalt CEA of sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding op grond van onder meer de volgende relevante aspecten: i. de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding;
ii. de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding;
iii. de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
iv. de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
v. de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.
i. de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding;
ii. de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding;
iii. de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
iv. de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
v. de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.
5. Het is in een specifieke situatie de combinatie van de verschillende aspecten zoals genoemd in lid 4 van dit artikel die bepaalt of er sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding die in aanmerking kan komen voor een aanwijzing door CEA.
a. voornemens is de opleiding binnen een jaar na het moment van de aanvraag van de aanwijzing aan te bieden en daadwerkelijk te verzorgen, en
b. minimaal de kennis en vaardigheden omvat die nodig zijn om de eindtermen van de volgende vakgebieden te bereiken: i. Audit & Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
i. Audit & Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
c. aantoont dat de door CEA vastgestelde eindtermen op eindniveau in het curriculum en de examinering van de opleiding heeft opgenomen, en
d. aantoont dat het voldoet aan de aspecten en criteria van het toezichtkader, en
e. participeert in een systeem van landelijke examens met een landelijk examenreglement, waarop naar het oordeel van CEA adequaat toezicht wordt gehouden, en
f. de geldigheidsduur van tentamens, examens en studiefasen heeft geregeld en wel zodanig dat deze geldigheidsduur voor de eindtermen van de onderstaande vakgebieden maximaal 6 jaar bedraagt: i. Audit en Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
iv. Belastingrecht (alleen voor aanwijzing van opleidingen die recht geven op inschrijving als Accountant-Administratieconsulent).
i. Audit en Assurance;
ii. Externe verslaggeving;
iii. Bestuurlijke informatieverzorging;
iv. Belastingrecht (alleen voor aanwijzing van opleidingen die recht geven op inschrijving als Accountant-Administratieconsulent).
g. een theoretisch getuigschrift uitreikt aan studenten die met goed gevolg de opleiding als bedoeld in artikel 46 Wab met uitzondering van de eindtermen van de praktijkopleiding hebben voltooid;
h. voldoende waarborgen biedt voor het in continuïteit verzorgen van de opleiding zodat ingeschreven studenten in staat worden gesteld alle kennis en vaardigheden op te doen die voor het bereiken van de eindtermen nodig zijn, en
i. toezegt haar medewerking te verlenen aan het doorlopende toezicht op de opleiding, waaronder periodieke controles door de CEA en periodieke gesprekken tussen de opleiding en CEA.
2. Indien de aanbieder van een opleiding het volledige onderwijsprogramma op meerdere locaties verzorgt dan dient voor elke locatie afzonderlijk een aanwijzing aangevraagd te worden, tenzij de opleiding op alle locaties identiek is. Een opleiding op meerdere locaties wordt als identiek aangemerkt indien het onderwijsprogramma, de toetsing en de docenten identiek zijn en de organisatorische aansturing door dezelfde persoon of groep van personen plaatsvindt.
3. Indien de aanbieder van een opleiding de opleiding in meerdere varianten aanbiedt (voltijd, deeltijd, duaal), dient voor elke variant afzonderlijk een aanwijzing aangevraagd te worden.
4. CEA neemt alleen aanvragen voor aanwijzing van Nederlandse accountants-opleidingen in behandeling.
a. Er is in ieder geval geen sprake van een Nederlandse accountantsopleiding als: i. de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is;
ii. de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen;
iii. de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt.
i. de instelling die de accountantsopleiding aanbiedt en verzorgt niet in Nederland gevestigd is;
ii. de accountantsopleiding niet (specifiek) gericht is op het voldoen aan de door CEA vastgestelde eindtermen;
iii. de studenten van de accountantsopleiding niet zijn ingeschreven bij de instelling in Nederland respectievelijk die instelling niet het theoretisch getuigschrift uitreikt.
b. Voorts bepaalt CEA of sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding op grond van onder meer de volgende relevante aspecten: i. de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding;
ii. de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding;
iii. de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
iv. de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
v. de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.
i. de mate waarin de instelling in Nederland formele zeggenschap heeft over de accountantsopleiding;
ii. de mate waarin de instelling in Nederland verantwoordelijk is voor en aanspreekbaar op de kwaliteitsborging van de accountantsopleiding;
iii. de mate waarin de instelling in Nederland bijdraagt aan het verzorgen van het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
iv. de mate van betrokkenheid van docenten van de instelling in Nederland bij het onderwijs en de examens van de accountantsopleiding;
v. de mate waarin het onderwijs en de examens tot doel hebben om studenten voor te bereiden op de beroepsuitoefening in Nederland.
5. Het is in een specifieke situatie de combinatie van de verschillende aspecten zoals genoemd in lid 4 van dit artikel die bepaalt of er sprake is van een Nederlandse accountantsopleiding die in aanmerking kan komen voor een aanwijzing door CEA.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033299
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl