BWBR0033217
Geldig vanaf 2013-06-01
Artikel 4
Besluit mandaat nautische rijkstaken Noordzeekanaalgebied 2013
1. De directeur van het Centraal Nautisch Beheer Noordzeekanaalgebied neemt de instructies, aanwijzingen, en het beleid van de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat in acht;
2. In de ondertekening van besluiten die onder dit mandaat vallen, wordt tot uitdrukking gebracht dat het besluit wordt genomen namens de Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;
3. Indien het uitoefenen van het mandaat concrete aangelegenheden of besluiten betreft die van politiek-bestuurlijke betekenis, of anderszins van bijzonder belang zijn, voert de directeur CNB vooraf met de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat overleg;
4. Elke 5 jaar, en eenmalig voor het eerst na twee jaar na vaststelling van dit besluit, vindt een evaluatie van het besluit plaats. Dit besluit wordt vijfjaarlijks geëvalueerd.
2. In de ondertekening van besluiten die onder dit mandaat vallen, wordt tot uitdrukking gebracht dat het besluit wordt genomen namens de Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat;
3. Indien het uitoefenen van het mandaat concrete aangelegenheden of besluiten betreft die van politiek-bestuurlijke betekenis, of anderszins van bijzonder belang zijn, voert de directeur CNB vooraf met de Directeur-Generaal Rijkswaterstaat overleg;
4. Elke 5 jaar, en eenmalig voor het eerst na twee jaar na vaststelling van dit besluit, vindt een evaluatie van het besluit plaats. Dit besluit wordt vijfjaarlijks geëvalueerd.