BWBR0033211
Geldig vanaf 2013-04-11
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging bestuur huurcommissie 2013
1. Aan het bestuur wordt mandaat verleend met betrekking tot
a. het besluiten tot aanstelling, schorsing en ontslag van functionarissen, alsmede tot het nemen van besluiten aangaande hun individuele rechtspositie, een en ander conform het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
b. het nemen van functiewaarderingsbesluiten, bedoeld in de artikelen 71 en 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, ten aanzien van functionarissen;
c. het besluiten tot toepassing van disciplinaire maatregelen, bedoeld in de artikelen 80 tot en met 84 en de artikelen 91 en 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, ten aanzien van functionarissen;
d. het besluiten tot toepassing van artikel 6a en de hoofdstukken IV, V en VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, ten aanzien van functionarissen;
e. het besluiten tot toepassing van hardheidsclausules ten aanzien van functionarissen, toegekend door de minister, als opgenomen in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, het Algemeen Rijksambtenarenreglement en daaruit afgeleide interne regelgeving van het ministerie, en
f. het afnemen van de eed dan wel de belofte, bedoeld in artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, van functionarissen.
2. Aan het bestuur wordt mandaat verleend met betrekking tot
a. het vaststellen en het besluiten tot wijziging van de taken van de administratieve ondersteuning;
b. het besluiten tot organisatieveranderingen en het besluiten tot de uitvoering daarvan;
c. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden ten behoeve van de overleggen met de medezeggenschap van de administratieve ondersteuning, en
d. het vaststellen van regels met betrekking tot de aangelegenheden die verband houden met de bevoegdheden, in mandaat verleend krachtens de artikelen 2 en 3 en de taken van de administratieve ondersteuning ten behoeve van de huurcommissie.
a. het besluiten tot aanstelling, schorsing en ontslag van functionarissen, alsmede tot het nemen van besluiten aangaande hun individuele rechtspositie, een en ander conform het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
b. het nemen van functiewaarderingsbesluiten, bedoeld in de artikelen 71 en 71a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, ten aanzien van functionarissen;
c. het besluiten tot toepassing van disciplinaire maatregelen, bedoeld in de artikelen 80 tot en met 84 en de artikelen 91 en 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, ten aanzien van functionarissen;
d. het besluiten tot toepassing van artikel 6a en de hoofdstukken IV, V en VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, ten aanzien van functionarissen;
e. het besluiten tot toepassing van hardheidsclausules ten aanzien van functionarissen, toegekend door de minister, als opgenomen in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, het Algemeen Rijksambtenarenreglement en daaruit afgeleide interne regelgeving van het ministerie, en
f. het afnemen van de eed dan wel de belofte, bedoeld in artikel 51 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, van functionarissen.
2. Aan het bestuur wordt mandaat verleend met betrekking tot
a. het vaststellen en het besluiten tot wijziging van de taken van de administratieve ondersteuning;
b. het besluiten tot organisatieveranderingen en het besluiten tot de uitvoering daarvan;
c. het optreden als bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden ten behoeve van de overleggen met de medezeggenschap van de administratieve ondersteuning, en
d. het vaststellen van regels met betrekking tot de aangelegenheden die verband houden met de bevoegdheden, in mandaat verleend krachtens de artikelen 2 en 3 en de taken van de administratieve ondersteuning ten behoeve van de huurcommissie.