BWBR0033179
Geldig vanaf 08-04-2011
Artikel 3
Beleidsregels actieve openbaarmaking door het CBP
3.1. Het CBP maakt bevindingen in publieke zaken openbaar via de communicatiekanalen die het daartoe geraden acht na vaststelling ervan, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.2. Het CBP maakt bevindingen in private zaken openbaar via de communicatiekanalen die het daartoe geraden acht gelijktijdig met openbaarmaking van het handhavingsbesluit zoals bedoeld in artikel 4.1, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.3. Indien het CBP tot openbaarmaking van bevindingen overgaat, gunt het de verantwoordelijke een termijn van tien kalenderdagen na toezending van de niet-openbare versie van de bevindingen om schriftelijk en gemotiveerd aan het CBP mede te delen welke onderdelen van de bevindingen hij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt, tenzij het CBP de verantwoordelijke reeds in eerdere instantie in de gelegenheid heeft gesteld mede te delen welke gegevens hij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt én het CBP oordeelt dat er sindsdien geen nieuwe informatie naar voren is gebracht die in aanmerking komt voor een reactie met betrekking tot de (bedrijfs)vertrouwelijkheid ervan.
3.4. Openbaarmaking zoals bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 geschiedt niet eerder dan vijf kalenderdagen nadat de openbare versie van de bevindingen ter kennisgeving is toegezonden aan de verantwoordelijke.
3.5. De termijn van tien kalenderdagen zoals bedoeld in artikel 3.3 en de termijn van vijf kalenderdagen zoals bedoeld in artikel 3.4 vervallen indien de inhoud van de bevindingen buiten toedoen van het CBP reeds publiekelijk bekend is geworden, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.2. Het CBP maakt bevindingen in private zaken openbaar via de communicatiekanalen die het daartoe geraden acht gelijktijdig met openbaarmaking van het handhavingsbesluit zoals bedoeld in artikel 4.1, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.3. Indien het CBP tot openbaarmaking van bevindingen overgaat, gunt het de verantwoordelijke een termijn van tien kalenderdagen na toezending van de niet-openbare versie van de bevindingen om schriftelijk en gemotiveerd aan het CBP mede te delen welke onderdelen van de bevindingen hij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt, tenzij het CBP de verantwoordelijke reeds in eerdere instantie in de gelegenheid heeft gesteld mede te delen welke gegevens hij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt én het CBP oordeelt dat er sindsdien geen nieuwe informatie naar voren is gebracht die in aanmerking komt voor een reactie met betrekking tot de (bedrijfs)vertrouwelijkheid ervan.
3.4. Openbaarmaking zoals bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 geschiedt niet eerder dan vijf kalenderdagen nadat de openbare versie van de bevindingen ter kennisgeving is toegezonden aan de verantwoordelijke.
3.5. De termijn van tien kalenderdagen zoals bedoeld in artikel 3.3 en de termijn van vijf kalenderdagen zoals bedoeld in artikel 3.4 vervallen indien de inhoud van de bevindingen buiten toedoen van het CBP reeds publiekelijk bekend is geworden, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033179
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl