BWBR0033171
Geldig vanaf 02-12-2009
Artikel 3
Beleidsregels actieve openbaarmaking door het CBP
3.1. Het CBP maakt Bevindingen in Publieke Zaken openbaar via de Communicatiekanalen die hij daartoe geraden acht, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.2. Het CBP maakt Bevindingen in Private Zaken niet openbaar, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.3. Indien het CBP tot openbaarmaking van Bevindingen overgaat, gunt hij de Verantwoordelijke een termijn van 10 kalenderdagen na toezending van de niet-openbare versie van de Bevindingen om schriftelijk en gemotiveerd aan het CBP mede te delen welke onderdelen van de Bevindingen zij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt, tenzij de Verantwoordelijke het CBP in eerdere correspondentie reeds heeft laten weten welke gegevens zij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt én het CBP oordeelt dat er zich sindsdien geen nieuwe feiten hebben voorgedaan die in aanmerking komen voor een reactie met betrekking tot de (bedrijfs)vertrouwelijkheid ervan.
3.4. Openbaarmaking zoals bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 geschiedt niet eerder dan 5 kalenderdagen nadat de openbare versie van de Bevindingen ter kennisgeving is toegezonden aan de Verantwoordelijke.
3.5. De termijn van 5 dagen zoals bedoeld in artikel 3.4 vervalt indien de inhoud van de Bevindingen buiten toedoen van het CBP reeds publiekelijk bekend is geworden, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.2. Het CBP maakt Bevindingen in Private Zaken niet openbaar, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
3.3. Indien het CBP tot openbaarmaking van Bevindingen overgaat, gunt hij de Verantwoordelijke een termijn van 10 kalenderdagen na toezending van de niet-openbare versie van de Bevindingen om schriftelijk en gemotiveerd aan het CBP mede te delen welke onderdelen van de Bevindingen zij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt, tenzij de Verantwoordelijke het CBP in eerdere correspondentie reeds heeft laten weten welke gegevens zij als (bedrijfs)vertrouwelijk aanmerkt én het CBP oordeelt dat er zich sindsdien geen nieuwe feiten hebben voorgedaan die in aanmerking komen voor een reactie met betrekking tot de (bedrijfs)vertrouwelijkheid ervan.
3.4. Openbaarmaking zoals bedoeld in de artikelen 3.1 en 3.2 geschiedt niet eerder dan 5 kalenderdagen nadat de openbare versie van de Bevindingen ter kennisgeving is toegezonden aan de Verantwoordelijke.
3.5. De termijn van 5 dagen zoals bedoeld in artikel 3.4 vervalt indien de inhoud van de Bevindingen buiten toedoen van het CBP reeds publiekelijk bekend is geworden, tenzij het CBP op zwaarwichtige gronden anders beslist.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033171
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl