BWBR0033082
Geldig vanaf 2013-04-01
Artikel 2
Regeling gegevensverstrekking ACM
1. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd om aan de volgende bestuursorganen, diensten en toezichthouders gegevens en inlichtingen te verstrekken voor zover dat noodzakelijk is voor de goede vervulling van hun taak:
a. de Belastingdienst/FIOD-ECD: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het opsporen van overtredingen van fiscaal-economische wetgeving;
b. het Bureau bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur: gegevens en inlichtingen nodig voor het op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
c. het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 71a van de Woningwet opgedragen taak;
d. de Autoriteit Persoonsgegevens: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 51 van de Algemene verordening gegevensbescherming opgedragen taak;
e. het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 2, tweede lid, van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten opgedragen taak;
f. het Commissariaat voor de Media: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 7.11 van de Mediawet 2008 opgedragen taak;
g. de Dienst Nationale Recherche van het Korps landelijke politiediensten: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het opsporen en bestrijden van computercriminaliteit;
h. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het toezicht op de naleving van de artikelen 82 tot en met 96 van de Geneesmiddelenwet;
i. de Kansspelautoriteit: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 33b van de Wet op de kansspelen opgedragen taak;
j. baten-lastendienst Logius: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het toezicht op certificatiedienstverleners als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
k. het Nationaal Cyber Security Centrum: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het opsporen en bestrijden van computercriminaliteit;
l. de Nederlandsche Bank N.V.: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 1:24 van de Wet op het financieel toezicht, artikel 151 van de Pensioenwet en artikel 146 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling opgedragen taak;
m. de Nederlandse Zorgautoriteit: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 16 van de Wet marktordening gezondheidszorg opgedragen taak;
n. het openbaar ministerie: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie opgedragen taak;
o. de rijksbelastingdienst: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het uitvoeren van de belastingwet, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
p. de Stichting Autoriteit Financiële Markten: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 3.1 van de Wet handhaving consumentenbescherming en artikel 1:25 van de Wet op het financieel toezicht opgedragen taak.
2. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd om aan personen of colleges, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken of de Minister van Infrastructuur en Milieu, gegevens en inlichtingen te verstrekken voor zover dat noodzakelijk is voor de goede uitoefening van de aan hen bij wettelijk voorschrift toegedeelde bevoegdheid tot het nemen van besluiten of tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten.
a. de Belastingdienst/FIOD-ECD: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het opsporen van overtredingen van fiscaal-economische wetgeving;
b. het Bureau bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur: gegevens en inlichtingen nodig voor het op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt uitbrengen van een advies als bedoeld in artikel 9 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
c. het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 71a van de Woningwet opgedragen taak;
d. de Autoriteit Persoonsgegevens: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 51 van de Algemene verordening gegevensbescherming opgedragen taak;
e. het College van Toezicht collectieve beheersorganisaties Auteurs- en naburige rechten: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 2, tweede lid, van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten opgedragen taak;
f. het Commissariaat voor de Media: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 7.11 van de Mediawet 2008 opgedragen taak;
g. de Dienst Nationale Recherche van het Korps landelijke politiediensten: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het opsporen en bestrijden van computercriminaliteit;
h. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het toezicht op de naleving van de artikelen 82 tot en met 96 van de Geneesmiddelenwet;
i. de Kansspelautoriteit: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 33b van de Wet op de kansspelen opgedragen taak;
j. baten-lastendienst Logius: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het toezicht op certificatiedienstverleners als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet;
k. het Nationaal Cyber Security Centrum: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het opsporen en bestrijden van computercriminaliteit;
l. de Nederlandsche Bank N.V.: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 1:24 van de Wet op het financieel toezicht, artikel 151 van de Pensioenwet en artikel 146 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling opgedragen taak;
m. de Nederlandse Zorgautoriteit: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 16 van de Wet marktordening gezondheidszorg opgedragen taak;
n. het openbaar ministerie: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie opgedragen taak;
o. de rijksbelastingdienst: gegevens en inlichtingen ten behoeve van het uitvoeren van de belastingwet, genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
p. de Stichting Autoriteit Financiële Markten: gegevens en inlichtingen ten behoeve van de in artikel 3.1 van de Wet handhaving consumentenbescherming en artikel 1:25 van de Wet op het financieel toezicht opgedragen taak.
2. De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd om aan personen of colleges, werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken of de Minister van Infrastructuur en Milieu, gegevens en inlichtingen te verstrekken voor zover dat noodzakelijk is voor de goede uitoefening van de aan hen bij wettelijk voorschrift toegedeelde bevoegdheid tot het nemen van besluiten of tot het verrichten van andere handelingen dan besluiten.