BWBR0032937
Geldig vanaf 2013-02-27
Artikel 10
Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013
1. De artikelen 4 tot en met 9zijn van toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in artikel 3 van de wetis aangevangen na 31 december 2008.
2. De artikelen 5 tot en met 9zijn van overeenkomstige toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument ten aanzien waarvan na 31 december 2008 een aanvraag is ingediend als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, zoals dat artikellid luidde op 31 december 2011.
3. De artikelen 4 tot en met 9zijn niet van toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument ten aanzien waarvan voor 1 januari 2009:
a. een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, zoals dat artikellid luidde op 31 december 2008, is ingediend,
b. de procedure, bedoeld in artikel 3 van de wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2008, is aangevangen, of
c. door of namens de Minister bij een belanghebbende dan wel bij een provincie of een gemeente het gerechtvaardige vertrouwen is gewekt dat het voornemen bestaat het gebouwde monument of het archeologische monument op grond van artikel 3 van de wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2008, aan te wijzen als beschermd monument.
4. Op een gebouwd monument of een archeologisch monument als bedoeld in het derde lid is de Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2007van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van het derde en vierde lid zijn de artikelen 4 tot en met 9van overeenkomstige toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument als bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, dat is opgenomen in een aanwijzingsprogramma.
2. De artikelen 5 tot en met 9zijn van overeenkomstige toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument ten aanzien waarvan na 31 december 2008 een aanvraag is ingediend als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, zoals dat artikellid luidde op 31 december 2011.
3. De artikelen 4 tot en met 9zijn niet van toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument ten aanzien waarvan voor 1 januari 2009:
a. een verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, zoals dat artikellid luidde op 31 december 2008, is ingediend,
b. de procedure, bedoeld in artikel 3 van de wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2008, is aangevangen, of
c. door of namens de Minister bij een belanghebbende dan wel bij een provincie of een gemeente het gerechtvaardige vertrouwen is gewekt dat het voornemen bestaat het gebouwde monument of het archeologische monument op grond van artikel 3 van de wet, zoals dat artikel luidde op 31 december 2008, aan te wijzen als beschermd monument.
4. Op een gebouwd monument of een archeologisch monument als bedoeld in het derde lid is de Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2007van overeenkomstige toepassing.
5. In afwijking van het derde en vierde lid zijn de artikelen 4 tot en met 9van overeenkomstige toepassing op een gebouwd monument of een archeologisch monument als bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, dat is opgenomen in een aanwijzingsprogramma.