BWBR0032922
Geldig vanaf 2013-02-23
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging inzake personeelsaangelegenheden aan functionarissen van het directoraat-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
1. Aan de directeur-generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken wordt, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor de P&O-aangelegenheden ten aanzien van het personeel dat de minister aan de Minister van Buitenlandse Zaken ter beschikking stelt.
2. In afwijking van het eerste lid geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging niet voor de volgende aangelegenheden:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. besluiten ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste en tijdelijke aanstellingen;
2°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 ARAR;
3°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
4°. het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationaalrechtelijke volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
5°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
6°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
7°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
8°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
9°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
10°. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
11°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.
1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste en tijdelijke aanstellingen;
2°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 ARAR;
3°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
4°. het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationaalrechtelijke volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
5°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
6°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
7°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
8°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
9°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
10°. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
11°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.
2. In afwijking van het eerste lid geldt het mandaat, de volmacht en de machtiging niet voor de volgende aangelegenheden:
a. beslissingen op bezwaarschriften inzake personeelsaangelegenheden;
b. besluiten ten aanzien van medewerkers voor wie salarisschaal 15 of hoger van bijlage B van het BBRA geldt, respectievelijk kandidaten voor functies, waarvoor die salarisschalen gelden, inhoudende: 1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste en tijdelijke aanstellingen;
2°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 ARAR;
3°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
4°. het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationaalrechtelijke volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
5°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
6°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
7°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
8°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
9°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
10°. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
11°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.
1°. het aanstellen in vaste of tijdelijke dienst en het beëindigen van vaste en tijdelijke aanstellingen;
2°. het opdragen van een andere functie op basis van artikel 57 ARAR;
3°. het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden op basis van artikel 58 van het ARAR;
4°. het verlenen van buitengewoon verlof van lange duur ten behoeve van het vervullen van een functie bij een internationaalrechtelijke volkenrechtelijke organisatie op grond van artikel 34 van het ARAR;
5°. het opleggen van disciplinaire straffen op grond van artikel 81 van het ARAR;
6°. het schorsen van een ambtenaar op basis van artikel 91 van het ARAR;
7°. het verminderen van de bezoldiging tijdens schorsing op basis van artikel 92 van het ARAR;
8°. het bevorderen naar een hogere salarisschaal;
9°. het beslissen omtrent toekennen van een terugkeergarantie;
10°. het nemen van besluiten omtrent schadeloosstellingen boven een bedrag van € 10.000 op grond van artikel 69 van het ARAR;
11°. het toekennen van financiële tegemoetkomingen op grond van sociaal flankerend beleid.