1. Aan de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
a. de routinematige monitoring op de aanwezigheid van schadelijke organismen op grond van artikel 3 van de wet en het op verzoek van de minister verrichten van overige werkzaamheden die verband houden met de aanwezigheid van een schadelijk organisme;
b. de uitgifte van legitimatiebewijzen aan de medewerkers van het KCB, de BKD, de Naktuinbouw en de NAK die zijn aangewezen als toezichthouder bedoeld in artikel 10 van de wet;
c. de mededelingen en aanzeggingen, op grond van het besluit, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
d. de toestemmingen en de aanwijzingen, op grond van het besluit, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
e. het besluit, bedoeld in artikel 2 van de Regeling bestrijding schadelijke organismen, indien de keuringsdienst de vondst zelf mag afhandelen;
f. het plantenpaspoort, bedoeld in artikel 6 van de regeling;
g. het aanmaken, drukken of nadien bewaren van plantenpaspoorten, als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de regeling;
h. het gebruiken van plantenpaspoorten als bedoeld in artikel 7, zesde lid, van de regeling;
i. de verklaring, bedoeld in artikel 12, tiende lid, van de regeling;
j. het verrichten van taken als bedoeld in artikel 15 van de regeling met uitzondering van de afgifte van een fytosanitair certificaat en het eindonderzoek van de voor export gereedstaande zending;
k. de registratie, bedoeld in artikel 17, dan wel de doorhaling van de registratie, bedoeld in artikel 19, van de regeling;
l. de vergunning voor het elektronisch aanvragen van inspecties, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, van de regeling;
m. de besluiten, bedoeld in artikel 20a, derde tot en met zevende lid, van de regeling.
2. Aan de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt tevens, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de verklaring, bedoeld in
artikel 12b van het besluit.
3. Aan de technisch directeur KCB, de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het verzenden van facturen voor de afgifte van een fytosanitair certificaat en het eindonderzoek van de voor export gereedstaande zending die zijn gebaseerd op door de minister vastgestelde tarieven als bedoeld in
artikel 6a van de wet.
4. Aan de directeur BKD, de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het verzenden van facturen voor de verrichte werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, f, i en j, en het tweede lid, die zijn gebaseerd op de door de minister vastgestelde tarieven als bedoeld in
artikel 6a van de wet.
5. Aan de technisch directeur KCB, de directeur BKD en de directeur Naktuinbouw en de directeur NAK wordt, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het verzenden van facturen voor de verrichte werkzaamheden voor het doen van bijschrijvingen op een certificaat ten behoeve van zendingen van producten die onder de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wildlevende dier- en plantsoorten (Trb. 50 (1973) nr. 22) vallen die zijn gebaseerd op de door de minister vastgestelde tarieven als bedoeld in
artikel 6a van de wet.
6. Aan de technisch directeur KCB, wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met het verzenden van facturen voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, f, i en j, die zijn gebaseerd op door de minister vastgestelde tarieven als bedoeld in
artikel 6a van de wet.
7. Aan de directeur NAK wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de verklaring, bedoeld in
artikel 5en
6 van de Regeling bruin- en ringrot 2000alsmede het verzenden van facturen voor de verrichte inspecties die hiermee verband houden die zijn gebaseerd op de door de minister vastgestelde tarieven als bedoeld in
artikel 6a van de wet.
8. Aan de directeur Naktuinbouw wordt voorts mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van beschikkingen en het verrichten van overige handelingen die verband houden met de aanzegging, bedoeld in
artikel 8 van het Besluit bestrijding bacterievuur 1983.