BWBR0032910
Geldig vanaf 18-02-2013
Artikel 3
Regeling toevoeging bewindvoerders Wsnp
1. De Raad kan besluiten de overeenkomst met een opzegtermijn van één maand te beëindigen indien:
a) de inschrijving in het register is vervallen;
b) in het voorgaande kalenderjaar minder dan 10 toevoegingen aan de bewindvoerder zijn afgegeven;
c) de bewindvoerder binnen één jaar nadat de Raad met deze bewindvoerder een overeenkomst heeft gesloten, geen certificaat heeft overgelegd van deelname aan een scholingsdag van de Raad voor Rechtsbijstand in samenwerking met Recofa, over de verzoekschriftenprocedures bedoeld in artikel 1 lid 5 en de aanvraagprocedure voor een toevoeging;
d) de bewindvoerder in het kader van de permanente educatie geen certificaat kan overleggen van het behalen van tenminste 4 studiepunten per drie jaar voor een opleiding. Die door de Raad goedgekeurde opleiding dient betrekking te hebben op onderwerpen die samenhangen met het voeren van een verzoekschriftenprocedure die binnen de reikwijdte van deze overeenkomst valt;
e) indien wijziging van het beleid daar aanleiding toe geeft;
f) indien wijziging van de aan deze overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere wettelijke bepalingen daar aanleiding toe geeft.
2. In zwaarwegende omstandigheden kan het bestuur de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen. Dit geldt onder andere in de volgende gevallen:
a) indien de bewindvoerder niet voldoet aan de gedragsregels en de in artikel 2, lid 1 sub a van deze regeling gestelde voorwaarde;
b) indien het bestuur, al dan niet naar aanleiding van een advies van de klachtencommissie, tot oordeel komt dat voortzetting van de overeenkomst niet langer verantwoord is.
a) de inschrijving in het register is vervallen;
b) in het voorgaande kalenderjaar minder dan 10 toevoegingen aan de bewindvoerder zijn afgegeven;
c) de bewindvoerder binnen één jaar nadat de Raad met deze bewindvoerder een overeenkomst heeft gesloten, geen certificaat heeft overgelegd van deelname aan een scholingsdag van de Raad voor Rechtsbijstand in samenwerking met Recofa, over de verzoekschriftenprocedures bedoeld in artikel 1 lid 5 en de aanvraagprocedure voor een toevoeging;
d) de bewindvoerder in het kader van de permanente educatie geen certificaat kan overleggen van het behalen van tenminste 4 studiepunten per drie jaar voor een opleiding. Die door de Raad goedgekeurde opleiding dient betrekking te hebben op onderwerpen die samenhangen met het voeren van een verzoekschriftenprocedure die binnen de reikwijdte van deze overeenkomst valt;
e) indien wijziging van het beleid daar aanleiding toe geeft;
f) indien wijziging van de aan deze overeenkomst ten grondslag liggende wettelijke bepalingen of wijziging van andere wettelijke bepalingen daar aanleiding toe geeft.
2. In zwaarwegende omstandigheden kan het bestuur de overeenkomst met onmiddellijke ingang opzeggen. Dit geldt onder andere in de volgende gevallen:
a) indien de bewindvoerder niet voldoet aan de gedragsregels en de in artikel 2, lid 1 sub a van deze regeling gestelde voorwaarde;
b) indien het bestuur, al dan niet naar aanleiding van een advies van de klachtencommissie, tot oordeel komt dat voortzetting van de overeenkomst niet langer verantwoord is.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0032910
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl