BWBR0032895
Geldig vanaf 2013-03-15
Artikel 14
Frequentiebesluit 2013
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent:
a. de indiening van een aanvraag om verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
b. de inhoud van de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens;
c. de eisen waaraan de aanvrager moet voldoen.
2. De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde eisen kunnen slechts betrekking hebben op de:
a. rechtsvorm van de aanvrager;
b. financiële positie van de aanvrager;
c. kennis en ervaring van de aanvrager;
d. technische middelen waarover de aanvrager kan beschikken;
e. hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep;
f. door de aanvrager te leveren bijdrage aan de overgang van analoge naar digitale techniek.
3. Voor zover dat op dat moment reeds mogelijk is, stelt Onze Minister bij het besluit om vergunningen in een bepaalde frequentieband te verlenen met toepassing van de procedure bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de wet, tevens de voorschriften en beperkingen vast die aan de vergunning zullen worden verbonden.
a. de indiening van een aanvraag om verlening van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
b. de inhoud van de aanvraag en de daarbij te overleggen gegevens;
c. de eisen waaraan de aanvrager moet voldoen.
2. De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde eisen kunnen slechts betrekking hebben op de:
a. rechtsvorm van de aanvrager;
b. financiële positie van de aanvrager;
c. kennis en ervaring van de aanvrager;
d. technische middelen waarover de aanvrager kan beschikken;
e. hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep;
f. door de aanvrager te leveren bijdrage aan de overgang van analoge naar digitale techniek.
3. Voor zover dat op dat moment reeds mogelijk is, stelt Onze Minister bij het besluit om vergunningen in een bepaalde frequentieband te verlenen met toepassing van de procedure bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, onderdeel b, van de wet, tevens de voorschriften en beperkingen vast die aan de vergunning zullen worden verbonden.